Taaloffensief voor migrantenjeugd

Alarmerende cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek wijzen op een hoge schooluitval onder jongeren, met name in de grote steden. Als we niet oppassen dreigt een verloren generatie te ontstaan. Daarom moet er een grootscheeps ‘Taaloffensief’ komen.

door Peter Smit en Ageeth van den Heuvel

Mensen moeten geen onnodige en onoverbrugbare obstakels tegenkomen bij de ontplooiing van hun talenten. Twee factoren zijn hierbij onontbeerlijk: het bezit van kansrijke diploma’s en beheersing van de Nederlandse taal. Recente berichtgeving onderstreept de noodzaak van een Taaloffensief. Veel leerlingen kunnen door een taalachterstand de lessen niet volgen. Uit de CBS-publicatie ‘Allochtonen in Nederland, 2002’ blijkt dat in de vier grote steden de helft van de niet-westerse allochtonen de school verlaat zonder startkwalificatie. Dat betekent dat zij geen volwaardige opleiding hebben afgerond en het moeilijk krijgen op de arbeidsmarkt. Een van de vier voortijdige schoolverlaters vertrekt zelfs zonder enig diploma uit het onderwijs. Voegt men dit bij de weer stijgende werkloosheid, met name onder jongeren, dan doemt een onheilspellend beeld op van achterstanden, tweedeling en onvrede in de samenleving.
Het Nederlands taalonderwijs is bijvoorbeeld in Den Haag onder wethouder Heijnen (PvdA) fors uitgebreid. Het is echter vrij laat en te weinig. Het ‘vrij laat’ is Heijnen nauwelijks te verwijten omdat heel Nederland dit probleem zo lang heeft genegeerd. Het ‘te weinig’ is echter wel een probleem.
Het Taaloffensief moet een halve generatie migrantenjeugd (en vele autochtone half-alfabeten!) een reddingsboei toewerpen. Wat kan zo’n offensief omvatten? Kennelijk moet eerst materiaal worden ontwikkeld, van Sesamstraat-niveau tot juridisch en technisch Nederlands. Vervolgens moet het ter beschikking worden gesteld via alle mogelijke media en middelen als internet, tv en radio, video’s, cd’s en dvd’s. De scholen kunnen het niet alleen. Sterker nog: de scholen zijn er te klein voor. In Den Haag kampen tienduizenden ‘oudkomers’ en tienduizenden scholieren met taalachterstanden. Die kunnen echt niet allemaal naar taalschool, daar is de mankracht niet voor.
In 2002 kreeg Den Haag 10 miljoen euro extra voor taalonderwijs aan oudkomers, daarvan kunnen 1700 mensen een eenmalige cursus volgen. Een fors bedrag, een grote inspanning en een hele dure druppel op een gloeiend hete plaat. Onze stelling is: op rijksniveau is het geld er wel, maar we besteden het deels erg inefficiënt. Dat zal dan ook de voornaamste boodschap van Heijnen moeten zijn bij kabinet en collega’s.
We zullen veel meer de eigen verantwoordelijkheid van mensen moeten faciliteren. Immigrantenorganisaties zelf, moskeeën en andere gebedshuizen, moedercentra en buurthuizen, de openbare bibliotheek; ze hebben allemaal een rol te spelen en wat meer is: ze willen wel. De vraag naar taal is veel groter dan waaraan wij in Nederland nu voldoen met uitsluitend onze ouderwetse, dure, klassikale aanpak. Weg met de wachtlijsten: met een elektronische staf leraren achter de hand kun je taal zelf en samen leren, thuis of elders, als het je uitkomt. Met 10 miljoen euro kun je zo niet slechts 1700, maar misschien wel 17.000 mensen bereiken, of meer!
Toen onze fractie anderhalf jaar geleden het Taaloffensief aan de raad voorlegde, was de eerste reactie van sommigen: ‘Daar heb je de VVD weer, die kan weer de zon niet in het water zien schijnen. Leg nou eens de nadruk op allochtonen met wie het wel goed gaat!’ Maar in de koffiehuizen was de toon heel anders. Soms in moeizaam Nederlands, maar wel: ‘Prima idee, doen!’ Waar wachten we dan op?

Peter Smit en Aqeeth van den Heuvel
zijn gemeenteraadslid (VVD) in Den Haag

 

Bron: Haagsche Courant (05-03-2003)

 

~~~~~~~~~~~

Effectief taalonderwijs vraagt inzet álle betrokkenen
door Jos Leenhouts en Gerard Colpa

Doen, dat taaloffensief dat de Haagse raadsleden Peter Smit en Ageeth van den Heuvel in de krant van 5 maart op deze pagina voorstelden, maar dan wel goed gebruikmaken van de kennis die in de stad aanwezig is en zorgen dat we de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk kunnen gebruiken.
Spontane taalacties, zonder goed voor ogen te hebben met welk doel mensen de taal (willen) leren, werpen te weinig vruchten af. De vele initiatieven in de jaren tachtig hebben tot de conclusie geleid dat een professionele aanpak noodzakelijk is. Alleen met vrijwilligers werken voldoet niet. Zo is er uiteindelijk binnen de Regionale Opleidingen Centra (ROC’s) een breed aanbod van opleidingen tot stand gekomen voor studenten beroepsonderwijs, nieuwkomers en oudkomers, en dat alles met het doel mensen maatschappelijk weerbaar te maken en de deelname aan de arbeidsmarkt te versterken. Wij werken in het Haagse ROC, de Mondriaan Onderwijsgroep, nadrukkelijk aan dit taaloffensief: doelgericht taalonderwijs voor oudkomers en nieuwkomers die de taal leren om zich vooral maatschappelijk te redden. Daarnaast geven we taalgericht vakonderwijs voor studenten die beroepsonderwijs volgen, om het taalniveau te ontwikkelen dat past bij het vakonderwijs en nodig is om met succes de arbeidsmarkt op te gaan.
Beide raadsleden stellen dat een taaloffensief met een elektronische staf aan leraren het de immigrantenorganisaties, moedercentra, buurthuizen en bibliotheken mogelijk moet maken samen met de oudkomers de taalachterstand aan te pakken. Ten dele is dit al het geval. In samenwerking met de gemeente Den Haag, TV West en met ons worden educatieve taalprogramma’s gemaakt. Niettemin blijven er steekhoudende redenen genoeg om de Nederlandse taal in een klas te leren, wat niet gelijk staat aan een ouderwetse klassikale aanpak. De grote groep oudkomers zijn vaak laag tot zeer laag opgeleide mensen. Zij kunnen niet met moderne elektronische middelen overweg, want zij hebben in hun land van herkomst niet leren lezen en schrijven. Ze hebben dus geen houvast aan geschreven taal of hoe een taal in elkaar zit. Ook voor de wat hoger opgeleiden blijkt persoonlijke uitleg nodig om echt vorderingen te maken. Dat die onderwijskracht een professional moet zijn, staat buiten kijf. Maar naast een professionele aanpak zijn allerlei bijdragen van andere organisaties en vrijwilligers natuurlijk welkom bij het door Smit en Van den Heuvel bepleite taaloffensief.
Met recht maken beiden zich zorgen over de vele jongeren die het beroepsonderwijs verlaten zonder diploma. Dat de prioriteit bij jonge mensen zal moeten liggen, zal geen mens in twijfel trekken. Het wordt steeds duidelijker dat leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs veel beter zouden kunnen presteren, als er een gericht taalheleid wordt gevoerd. Taalverwerving moet daar breed worden aangepakt. De inzet van alle docenten is daarbij nodig. Zij moeten beseffen dat het voor deze jongeren niet alleen gaat om vakkennis maar ook om taalverwerving. Dat betekent dat het huidige vakonderwijs daaraan moet worden aangepast. Erg jammer is het dat de zogenoemde Cumi-uren (ondersteuningsmiddelen ten behoeve van culturele minderheden) uit de jaren tachtig werden afgeschaft; een grotestads-ROC moet het met dezelfde middelen doen als een ROC in het Rivierengebied. Dat is een grote vergissing geweest waar we nu de wrange vuchten van plukken.
Investeren in gericht taalbeleid is nu heel hard nodig. Met het oog op het belang van het taaloffensief is het zaak de krachten te bundelen. De volwasseneducatie en het beroepsonderwijs van de Mondriaan Onderwijsgroep werken hierin graag samen met alle van belang zijnde partijen zoals daar zijn welzijnsorganisaties, bibliotheken, basisscholen, migrantenorganisaties enz. Erkend zal moeten worden dat het middelbare beroepsonderwijs een spilfunctie vervult om allochtone deelnemers en taalzwakke autochtone deelnemers klaar te stomen voor een beroep. In een teruglopende economie is het geen overbodige luxe, doch juist onontkoombaar om daarin te investeren.
Graag nodigen wij de gemeenteraadsleden uit om te praten over hoe beleid inzake taalachterstand in Den Haag verbeterd kan worden en welk aandeel de Mondriaan Onderwijsgroep hieraan kan leveren of om te komen kijken op een van de 54 lesplekken, waar mensen doelgericht de Nederlandse taal krijgen bijgebracht.

Mw. Jos Leenhouts en Gerard Colpa zijn bestuurders Mondriaan Onderwijsgroep

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *