Installatietoespraak SAM

Hieronder vindt u de toespraak die Peter Smit, voorzitter van de VVD-gemeenteraadsfractie, vandaag gehouden heeft bij de installatie van de nieuwe stedelijke adviesraad multiculturele stad (SAM).

Leden van de nieuwe SAM, dames en heren,

Met een zekere gretigheid heb ik de uitnodiging van wethouder Heijnen aangenomen om bij de wisseling van de SAM-wacht iets te zeggen. Voor die gretigheid zijn tenminste 3 goede redenen.

De leden van zo’n adviesraad worden lid, stellen hun diensten ter beschikking, niet voor zich zelf maar als daad van burgerschap, ten dienste van de stad.
De vertrekkenden hebben dat gedaan en de nieuwe gaan dat doen. Daar mag wel eens waarderend over gesproken worden. Bij deze.
Het integratievraagstuk is m.i. het belangrijkste en meest dringende sociale vraagstuk van dit moment in Nederland, en dus zeker in een stad als Den Haag. Daar raakt een mens dus nooit over uitgepraat.
Het is belangrijk dat ook bij zo’n installatie exponenten van verschillende visies op dat vraagstuk acte de présence geven. Dat geeft tenminste een aardige indruk van de complexe omgeving waarin de adviezen landen.
Er is een nieuwe SAM, een wellicht wat compactere SAM, minder vertegenwoordigend, erop ingesteld om wellicht nog wat meer de diepte in te gaan. Nuttig. Het integratievraagstuk is denk ik immers om een paar redenen dringender dan voorheen.

In de eerste plaats gaat het om absolute getallen. En het getal is machtig. Veel autochtone Nederlanders kunnen, laat ik het maar even bot zeggen, makkelijk om migranten heen omdat hun eigen groep zo groot is. Dat daarin bijv. voor mij persoonlijk zo sterk verandering is gekomen, is één van persoonlijke ontplooiingskansen die het raadslidmaatschap mij geboden heeft, maar dit terzijde.
Maar als je daar verder over nadenkt, zit er aan dat verhaal ook een andere kant, een integratiekant. Met de toegenomen omvang van de immigratie is er voor velen een omgeving ontstaan die om zo te zeggen helemaal niet meer onontkoombaar Nederlands is. Sommige allochtone bevolkingsgroepen zijn inmiddels groot genoeg om een leven mogelijk te maken dat zich toch vooral binnen die bevolkingsgroep afspeelt. Alleen al dit gegeven dwingt m.i. meer dan voorheen tot een indringend integratiebeleid. Dit naast elkaar en langs elkaar heen leven is ook buitengewoon onhandig omdat dat als het ware gelegenheid geeft tot instandhouding van vooroordelen en niet realistische verwachtingspatronen over en weer.
Bij gebrek aan kennis kunnen de beelden die over elkaar leven ook gemakkelijk speelballen worden van de tijdgeest. Die tijdgeest is een voertuig dat nogal lelijk kan uitzwaaien.
Dat gebrek aan kennismaking is m.i. ook voor een deel een gevolg geweest van een ongelukkige consensus tussen politieke partijen rondom de thema’s immigratie en integratie. Die consensus luidde, dat je over het immigratie en integratievraagstuk niet te veel moest spreken en dat hoefde ook niet omdat integratie als het ware het automatische product zou zijn van een leven in Nederland. Nederland is immers een open samenleving. Als nu maar toegang tot onderwijs is gewaarborgd, dan staat ook de arbeidsmarkt op basis van kwalificaties voor eenieder open. En zo begint dan als het ware automatisch de gebruikelijke sociaal-economische emancipatie van het individu. In dit model is cultuur als zodanig geen aangrijpingspunt.
De multiculturele samenleving is in dit klassieke model de nieuwe verschijningsvorm van de Nederlandse samenleving, die immers van oudsher een verzameling was van verzuilde minderheden. Openheid en pluriformiteit, twee positieve kernwaarden van de moderne samenleving komen in de huidige omstandigheden tot uiting als multiculturaliteit.

Inmiddels is gebleken dat dit klassieke integratiemechanisme toch vrij langzaam werkt. Integratie wordt dan vooral een kwestie van de 2e en 3e generatie. Overigens: omdat achterstanden in opleidingsniveau zichzelf deels van generatie op generatie doorgeven is er zelfs dan nog een fors probleem. In Socialisme en Democratie van deze herfst spreekt Arie van der Zwan erover dat ook van de 2e generatie van de migranten slechts een minderheid erin slaagt zich substantieel te verheffen boven het oorspronkelijke uitgangspunt. Tezamen met de instroom van de eerste generatie migranten in Nederland via gezinsvorming (huwelijk) en gezinshereniging kom je dan op een vrij somber beeld van het toch massaal blijven steken in de eerste generatieproblematiek. Somber in ieder geval voor een grote stad als Den Haag, die plaats van eerste opvang is voor nieuwkomers en ook de plaats is waar die meerderheid blijft die in die tweede en derde generatie die doorbraak niet weten te maken.

Het klassieke integratiemodel vergt dus heel veel tijd. Deze nieuwe SAM treedt aan op een moment, waarin de overheid m.i. terecht binnen dat klassieke model begint bij te sturen door versterkt in te zetten op inburgering en op taalverwerving van de eerste generatie.

Maar dit klassieke integratiemodel ligt ook sinds kort meer principieel onder vuur.
De langzame werking van dat model wordt dan voor een deel verklaard uit culturele factoren. Er zou dan sprake zijn van de overplanting naar West-Europa van bevolkingsgroepen uit een agrarische cultuur, culturen die sterk in groepen, d.w.z. collectivistisch denken, niet individualistisch, culturen waarin het traditionele wordt gehandhaafd via sociale controlemechanismen van eer en schaamte, culturen waarin mannen en vrouwen – laat ik het neutraal formuleren – hun eigen afgebakende rollen en domeinen hebben. En in West-Europa ligt dat dus allemaal anders, moderner, d.w.z. individualistischer, onderzoekender en roldoorbrekender. Dat botst en wil je een versnelde integratie, met betere scores dan dat je per generatie grofweg zo’n 2/3 in achterstand en afhankelijkheid achterlaat, dan zul je dus ook een bewuste cultuurpolitiek moeten voeren. Daarbij is wellicht de versnelde emancipatie van de allochtone vrouw het meest geschikte breekijzer. Wat voor de één perifeer is, bijv. het hoofddoekje, raakt voor anderen dus toch wel degelijk aan de kern van de zaak. Het klassieke sociaal-economische integratiemodel heeft er dus een concurrent bij gekregen: het culturele integratiemodel. Multiculturaliteit vertegenwoordigde in het klassieke model een positieve waarde in het verlengde van openheid en pluralisme. In het culturele integratiemodel is multiculturaliteit echter een probleem op zich omdat dat betekent dat er in de Nederlandse samenleving enclaves zijn ontstaan waarbinnen de verworvenheden van de Verlichting worden betwist en de universele waarden als gelijkwaardigheid van mensen aan voorwaarden worden verbonden.

Dit is allemaal een beetje academisch geformuleerd. In de praktijk van alledag komt er nogal wat emotie in de discussie. We zijn allemaal maar mensen en etikettenplakken is een heerlijke hobby. Rondom de aanhangers van de culturele moderniseringsstrategie kan men gemakkelijk een sfeertje creëren van het ‘eigen volk eerst’ of erger. De aanhangers van de klassieke sociaal-economische emancipatie daarentegen zijn op zijn best een stelletje na evelingen, die voor hun picknick alsmaar een plaatsje onder de regenboog zoeken.
Gelukkig loopt de scheidslijn dwars door allerlei politieke partijen en zijn er van die figuren als Ayaan Hirsi Ali die bij tijd en wijlen de nodige verwarring stichten, ons daarmee scherp houden en hopelijk de aanstichters zijn van veel creativiteit.
De ingrediënten voor een ingrijpend debat, waarin het lastig blijkt om achter de etiketten tot de werkelijke inhoud te geraken, liggen nu wel zo’n beetje op tafel. Beleid, zo mag ik de nieuwe leden van de SAM dus wel voorhouden, is sowieso een kwestie van hoofd en hart, en politiek is nog wat grover, die pakt de mensen bij kop en kont. De onderwerpen zijn meestal helemaal niet zo academisch, en vaak gaat het in de politiek over het verdelen van geld, dat is lekker laag bij de gronds, dan komt het eigenbelang er altijd ook zo fijn bij kijken, geld, het slijk der aarde. Een voorbeeld.

Wij geven iets van 70 zelforganisaties van migranten een zgn. waarderingssubsidie. Het gaat per organisatie om iets van € 4500,-, dus geen groot geld. Wat kan daar nu mis mee zijn?
Er worden inhoudelijk aan die organisaties geen eisen gesteld. Is dat niet mooi neutraal van de overheid? In de praktijk betekent dit echter dat vele organisaties zich hebben georganiseerd langs etnische en religieuze lijnen en lijnen van politieke affiniteit zoals die bestaan in de landen van herkomst. Veel organisaties stellen zich in hun activiteiten apart van elkaar op, en een aantal is vooral bezig met de voortzetting van de thuislandpolitiek, bijvoorbeeld de verdeeldheid tussen bepaalde groepen Koerden en Turken hier in Den Haag.
Nu is iedereen daar natuurlijk vrij in. Maar waarom zou de gemeentelijke overheid dergelijke activiteiten moeten meefinancieren? Die subsidies doen het tegendeel van waarvoor ze bedoeld zijn, nl. sociale cohesie bevorderen. En vervolgens moeten we dan weer een beleid op touw zetten om de onderlinge ontmoeting van verschillende bevolkingsgroepen te stimuleren.

Zo kan een overheid die zich vooral op de klassieke sociaal-economische emancipatie richt en als het ware cultureel waardevrij is, als het om integratie gaat, in mijn ogen inderdaad naïef en contra-productief zijn. Ik ben er dus een voorstander van om die subsidies ofwel aan inhoudelijke, d.w.z. cultuurpolitieke criteria te binden, ofwel gewoon te stoppen. Persoonlijk zou ik de visie van de SAM over die waarderingssubsidies zeer op prijs stellen.

Het zal duidelijk zijn, maar die aap is al eerder uit de mouw gekomen, dat hier iemand staat die wel wat ziet in het culturele integratiemodel. Ik geloof overigens dat er zachte overgangen en synergie mogelijk zijn tussen beide modellen. En dat gaat wellicht het best in de onderwijssfeer. Onderwijs is immers niet alleen een klaarstomen voor beroepskwalificaties, maar evenzeer en wellicht bovenal een systeem van cultuuroverdracht.

Dat geeft tevens aan dat de combinatie van onderwijs en integratie, zoals die in handen is gelegd van wethouder Heijnen, heel sterk kan zijn. Hij die uw adviezen als eerste zal ontvangen is inderdaad in de positie daar iets moois mee te doen. Dat moet u als nieuwe leden van de SAM toch de nodige courage meegeven bij uw belangrijke werkzaamheden. Rest mij u daarbij veel inspiratie en succes toe te wensen.

 

Voor nadere informatie:
Peter Smit, tel. 345 14 29

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *