Aflossen staatsschuld noodzaak

De afgelopen week verscheen een artikel in deze krant van de heer Degenkamp. Met verschillende argumenten betoogde hij dat aflossing van de staatsschuld lang niet onze grootste zorg behoort te zijn.

Zo betoogde hij dat de overheid zorgt voor ons allemaal; dus als de overheid geld leent worden rente en aflossing binnen onze eigen club (Nederland) door de één aan de ander betaald. Nationaal gezien hebben wij dus geen schuld, aldus de heer Degenkamp.
Om te beginnen de staatsschuld: Waarom moeten we de staatsschuld juist wél aflossen? De reden is heel simpel. De leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking zal de komende decennia ingrijpend wijzigingen. De ‘grijze druk’, de verhouding tussen het aantal 65-plussers en het aantal 20-64 jarigen, zal bijna verdubbelen van ruim 20 % nu tot meer dan 40% in 2040. Tegenover 4 werkenden staat nu één AOW’er. Op termijn staan tegenover één AOW’er nog maar 2 werkenden.
De vergrijzing van de bevolking brengt extra uitgaven met zich mee voor AOW en zorg. Analyses van het Centraal Planbureau, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en De Nederlandsche Bank geven aan dat als de staatsschuld wordt afgelost rond 2025 deze extra AOW- en zorguitgaven kunnen worden opgevangen. Momenteel hebben we een overheidsschuld van ruim € 230 miljard waarover we met zijn allen ruim € 10 miljard rente per jaar betalen. Door deze schuld af te lossen en ons zo te ontdoen van de jaarlijkse renteverplichtingen, hoeven we te zijner tijd niet de belastingen en premies te verhogen of de collectieve voorzieningen te beperken om de vergrijzingskosten te kunnen betalen.
In zijn betoog beweert de heer Degenkamp dat wij nationaal geen schuld hebben omdat de ene Nederlander de andere Nederlander betaalt. Dit is een kronkelredenering. Bij wie de overheid de staatsschuld heeft uitstaan doet er niet toe. Jaarlijks moet de overheid ruim € 10 miljard aan rente betalen en het feit dat een deel van dit bedrag terecht komt bij uw buurman, leidt er niet toe dat u minder belasting hoeft te betalen aan de staat.
De heer Degenkamp vindt dat in de periode 1994-2003 de belasting teveel is verlaagd. Het kabinet van destijds hanteerde de regel dat belastingmeevallers die ontstaan door extra economische groei, zoals extra inkomsten bij de loonbelasting omdat meer mensen werken, voor de helft gebruikt konden worden voor belastingverlaging en voor de andere helft voor verlaging van het begrotingstekort. Uiteindelijk heeft het kabinet Kok II driekwart van de inkomstenmeevallers besteed aan terugdringing van het tekort en daarmee aan aflossing van de staatsschuld. Er is dus wel degelijk extra afgelost.
Overigens is er in principe niets tegen belastingverlaging want met elke euro belasting die de overheid heft, neemt de keuzevrijheid van de burger af.
De heer Degenkamp lijkt een punt te hebben als hij zegt dat tegenover de overheidsschuld ook bezittingen staan zoals infrastructuur. Toch valt hierover nog wel het een en het ander te zeggen. Je kunt niet zomaar de overheidsschuld aflossen door overheidsbezittingen zoals wegen, overheidsgebouwen, grond en tanks te verkopen. En omdat dat niet kan, blijven de jaarlijkse rente-uitgaven van ruim € 10 miljard bestaan.
De heer Degenkamp heeft gelijk als hij zegt dat investeringen in infrastructuur en kenniseconomie nodig zijn om de economische groei te bevorderen. Maar de ruimte hiervoor moet niet gevonden worden door het laten oplopen van de staatsschuld. Deze ruimte moet ook niet gevonden worden door belastingverhogingen zoals die momenteel naar verluidt worden besproken in de formatie door PvdA en CDA. Belastingverhogingen leiden tot hogere looneisen. Die leiden op hun beurt weer tot hogere lonen waardoor van loonmatiging niets te terecht. Hierdoor prijst Nederland zich internationaal verder uit de markt waardoor de export daalt en de economische groei verder afneemt.
De ruimte voor extra uitgaven voor infrastructuur en kenniseconomie en de aflossing van de staatsschuld zullen dus gevonden moeten worden door prioriteiten te stellen aan de uitgavenkant van de begroting. Dit betekent keuzes maken.
Wie met een kronkelredenering beweert dat de staatsschuld van ruim € 230 miljard lang niet onze grootste zorg is en daarmee beweert dat het niet zo erg is als de overheid jaarlijks meer dan € 10 miljard rente betaalt over deze schuld, zet de burger op het verkeerde been. Het aflossen van de staatsschuld is de voorwaarde om de oplopende kosten van de vergrijzing op te vangen. Noem dat maar eens geen grote zorg !

Anne Mulder
beleidsmedewerker Financiën VVD-Tweede-Kamerfractie en VVD-gemeenteraadslid Den Haag (tel. 06 – 43 02 83 92)


(Dit artikel is in aangepaste vorm gepubliceerd in de Haagsche Courant van 14 maart 2003)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *