Aanpak Antilliaanse jongeren

Onlangs presenteerde wethouder Pierre Heijnen het plan ‘Traha Brug’. Dit is een plan van aanpak gericht op de Antilliaanse jongeren in Den Haag, met als belangrijkste doel jeugdcriminaliteit aan te pakken en te voorkomen.

De raadsleden Callender (VVD) en Lont (CDA) vinden Traha Brug een goede aanzet, maar stellen dat het plan beter kan en beter moet.
Heel veel Antilliaanse jongeren functioneren goed, maar vooral voor criminele jongeren en alleenstaande tienermoeders is de voorgestelde aanpak volgens de VVD en het CDA niet sluitend. Een goede invulling van deze sluitende aanpak is volgens Callender en Lont het realiseren van internaten voor criminele jongeren en zgn. doorstroomhuizen voor tienermoeders.
Daarnaast stellen zij voor intensieve voorlichtingstrajecten te starten, een inburgeringscursus op maat te maken voor Antilliaanse jongeren en te gaan werken met persoonlijke coaches. Kortom: aan de ene kant meer preventie en dus voorkomen dat jongeren ontsporen, en aan de andere kant een harde aanpak van criminele jongeren. Zowel in het beleid als in de uitvoering moet het credo ‘Den Haag laat niemand los’ centraal staan.
Overigens moet er volgens Callender en Lont voor gewaakt worden dat het beeld ontstaat dat alle Antilliaanse jongeren tot een risicogroep zouden behoren. Juist de jongeren die het goed doen zouden in dit kader als mentoren voor hun Antilliaanse leeftijdsgenoten kunnen fungeren.
Tot slot is het voor de VVD en het CDA van belang de samenwerking tussen verschillende (welzijns)organisaties in Den Haag, de Antilliaanse gemeenschap (waaronder migrantenkerken als New Song) en de Antilliaanse overheid op Curaçao te intensiveren. Callender en Lont stellen voor hiertoe een aanzet te geven door het organiseren van een startconferentie in 2003.

Een uitgebreid artikel over de aanpak van Antilliaanse jongeren vindt u hieronder.

Verdere informatie is verkrijgbaar bij:
Lilian Callender, VVD-fractie (070 – 353 37 26 of 06 – 21 84 10 85)
Titia Lont, CDA-fractie (070 – 353 37 27 of 06 – 20 96 98 32)

 

~~~~~~~~~~~

 

Aanpak Antilliaanse jongeren kan beter
Plan “Traha Brug” nog niet sluitend

door Lilian Callender en Titia Lont

Onlangs presenteerde wethouder Pierre Heijnen vol trots het plan “Traha Brug” (bruggen slaan). Dit is een plan van aanpak voor de omgang met Antilliaanse jongeren in Den Haag. VVD en CDA vinden echter dat het plan beter kan en beter moet. Met name voor criminele Antilliaanse jongeren die onwillig zijn en voor jonge, veelal alleenstaande tienermoeders is de voorgestelde aanpak niet sluitend. Voor hen zijn mogelijk respectievelijk internaten en doorstroomhuizen geboden.
Het Haagse gemeentebestuur stopt jaarlijks vele miljoenen euro’s in het algemene jeugdbeleid. Voorts is Den Haag één van de zeven gemeenten in Nederland – de zogenaamde “Antillensteden” – die speciaal voor de aanpak van problemen rond Antilliaanse jongeren, van het Rijk geld hebben ontvangen. Het gaat om € 1,1 miljoen voor de periode 2001 – 2005. Bovendien bestaan bij het Rijk voornemens om extra middelen te fourneren aan gemeenten die met nieuwe, goede plannen komen (€ 11 miljoen in totaal wordt hiertoe gereserveerd). Het zou zonde zijn om die kans voorbij te laten gaan.
In weerwil van de reeds bestede middelen, is er in Den Haag een toename van de jeugdcriminaliteit. Bovendien is de criminaliteit onder Antilliaanse jongeren relatief hoog; vijf keer hoger dan onder autochtone jongeren. Het is opvallend dat de criminaliteit onder Antilliaanse meisjes (zes keer hoger dan onder autochtone meisjes) ook vrij hoog is.
Daarnaast is het aantal (veelal alleenstaande) tienermoeders van Antilliaanse komaf exceptioneel hoog; een cijfer van 44 per 1.000 voor Antilliaanse meisjes in Den Haag tegenover 2 per 1.000 voor autochtone meisjes.
Voorts is het aantal nieuwgekomen Antilliaanse jongeren dat een inburgeringstraject volgt, verrassend laag: 1 op de 5, tegenover meer dan de helft voor overige groepen nieuwkomers. VVD en CDA maken zich hier zorgen over, temeer daar zij vinden dat de voorgestelde maatregelen te vrijblijvend zijn voor wat betreft deze materie.
De realiteit is dat veel van de tienermoeders vriendin zijn van de jongens die voor overlast en criminaliteit in de stad zorgen. Naast de bekende problemen die zij ondervinden als alleenstaande moeder, is er de relatie met een vaak agressieve vriend, of een vriend die regelmatig in de gevangenis zit. Er is geen wetenschappelijk onderzoek voor nodig om de risico’s van hun kinderen, die in zo’n milieu opgroeien (met zijn eigen normen en waarden), in kaart te brengen. Als er geen adequate maatregelen genomen worden, kunnen wij nu reeds voorspellen dat ook deze kinderen op een verkeerd spoor terecht komen.
De omstandigheid dat zowel de criminaliteit onder de Antilliaanse jongeren als het aantal tienermoeders bij voortduring hoog blijft, dwingt ons stil te staan bij de vraag in hoeverre het tot nu toe gevoerde en voorgestelde beleid het gewenste resultaat oplevert en of een nieuwe aanpak niet noodzakelijk is.

In dit artikel gaan wij in op twee vragen:
Waarom verloopt de integratie van een deel van de Antilliaanse jongeren zo problematisch?
Welke maatregelen dan wel aanpassingen van het beleid en de uitvoering daarvan zijn nodig om de integratie en de participatie van deze jongeren in de Haagse samenleving te verbeteren?

 

Waarom verloopt de integratie van een deel van de Antilliaanse jongeren zo
problematisch?
Ter beantwoording van deze vraag heeft het VVD-fractielid zich op de Antillen uitvoerig verdiept in de achtergronden van de problematiek rond Antilliaanse jongeren. Daarnaast hebben de VVD en het CDA in september jl. een expertmeeting georganiseerd. Zonder uitputtend te willen zijn, noemden de deelnemers van de bijeenkomst (vertegenwoordigers uit de Antilliaanse gemeenschap en ervaringsdeskundigen uit onderwijs en welzijn) als hoofdoorzaken:
Verkeerde verwachtingen over Nederland. Op de Antillen worden jongeren en hun ouders via eigen kanalen (familie en kennissen) verkeerd geïnformeerd over de mogelijkheden in Nederland. Ouders laten op grond van deze verkeerde voorlichting nog steeds minderjarige jongeren naar Nederland vertrekken.
In Nederland hebben zij geen stabiele gezinssituatie (weinig leiding en toezicht) en geen huisvesting. Hierdoor komen zij al gauw in financiële problemen en in de verkeerde circuits.
Tienermoeders geven aan dat zij en hun vriend niet bekend zijn met seksuele en relatievoorlichting. Voorts hebben zij een tekort aan scholing en werkervaring.
Een ander normen- en waardenpatroon.
Een versnipperd opvang- en hulpaanbod dat bovendien onvoldoende is toegespitst op bovengenoemde problemen.

 

Welke maatregelen dan wel aanpassingen van het beleid en de uitvoering daarvan zijn nodig om de integratie en participatie van deze jongeren in de Nederlandse samenleving te verbeteren?

Bij de beantwoording van deze vraag staat centraal dat er meer samenhang en coördinatie moet komen van beleid en activiteiten in Den Haag. Voorts zijn wij van mening dat het probleem bij de bron moet worden aangepakt door op het gebied van voorlichting samen te werken met de Antilliaanse overheid. In concreto zijn tijdens de expertmeeting de volgende suggesties gedaan:
In nauwe samenwerking met de Antilliaanse overheid starten met meer voorlichting over (on)mogelijkheden van verblijf in Nederland. Specifieke aandachtsvelden in de voorlichting zijn de verantwoordelijkheid van ouders voor minderjarige kinderen en seksuele en relatievoorlichting.
Meer informatie over c.q. onderzoek naar de knelpunten met betrekking tot de integratie/participatie van een deel van de jongeren.
Strenge internaten voor jongeren die overtredingen begaan in het kader van jeugdrecht. Een inburgeringcursus op maat voor de Antilliaanse jongeren waarbij het accent komt te liggen op Nederlands, vakkennis en sociale vaardigheden.
Het aanstellen van een persoonlijke coach voor alle Antilliaanse jongeren die naar Nederland komen.
Een doorstroomhuis voor tienermoeders met opvoedingsondersteuning om te zorgen dat de kinderen goed opgevoed worden en dat de moeders aan het werk kunnen gaan eventueel gecombineerd met een opleiding.
Vertegenwoordigers uit de doelgroep (zowel organisaties als de jongeren zelf) meer betrekken bij beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering.
De nieuwe aanpak van Antilliaanse jongeren houdt in dat er een stevig, samenhangend en goed gecoördineerd beleid moet worden geformuleerd, met meer sluitende sanctiemiddelen. Met name de mogelijkheid van strenge internaten voor jongeren die overtredingen begaan in het kader van het jeugdrecht en een doorstroomhuis voor tienermoeders, zijn (nog) niet in de plannen van Heijnen te vinden. En dit zijn nu precies plannen, die een noodzakelijk sluitstuk kunnen vormen op de reeds bestaande voornemens.
Wij zijn het eens met Heijnen die zelf zei dat er een klemmende begeleiding nodig is, waar men niet aan kan ontsnappen: “Den Haag laat niemand los”, zo verwoordde hij dat. Dit impliceert een strenge aanpak voor overtreders waarbij er naast heropvoeding een traject richting werk wordt geformuleerd. Desnoods met bindende termijnen, desnoods met sancties. De vrijblijvendheid en uitval zijn nu nog te groot, met alle consequenties van dien.
Voorts is van belang de structurele samenwerking tussen de verschillende organisaties in Den Haag inclusief de Antilliaanse gemeenschap die in de stad woont, en de samenwerking met de Antilliaanse overheid op Curaçao. Een startconferentie in 2003 waarin de samenwerking centraal staat zou een impuls kunnen geven aan het beleid ten aanzien van Antilliaanse jongeren. Laten we de brug samen sluitend maken!

Lilian Callender en Titia Lont zijn raadsleden voor respectievelijk de VVD en het CDA in de Haagse gemeenteraad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *