Uitbesteden van gemeentelijke taken

Het VVD-gemeenteraadslid Dick Tempelman heeft de voorzitter van de gemeenteraad schriftelijke vragen gesteld over het uitbesteden van gemeentelijke werkzaamheden. Zijn tekst is als volgt:

In het blad “Binnenlandsbestuur” van 9 november jl. is een artikel opgenomen onder de kop “Gemeenten hebben bekomst van uitbesteden”. Naar aanleiding van het rapport van Cap Gemini Ernst&Young inzake trendrapportage gemeentelijke kengetallen wordt door het Hoofd Facilitaire dienstverlening van onze gemeente een reactie gegeven. Vooral op het gebied van continuïteit, betrouwbaarheid en betrokkenheid leggen marktpartijen het vaak af tegen gemeentelijk personeel. De dienst Stadsbeheer, de Sociale Dienst en de politie hebben hun contract inzake de restauratieve dienstverlening inmiddels opgezegd. Uitbesteden heeft voor de gemeente Den Haag blijkbaar afgedaan.

Naar aanleiding hiervan stelt de VVD-fractie de volgende vragen:



  1. Is het college bekend met de klachten over de kwaliteit van de uitvoering van uitbesteden werkzaamheden binnen de gemeente, zoals verwoord in dit artikel?

  2. Overweegt het College het uitbesteden van facilitaire diensten te beëindigden? Zo ja welke? Zo nee, welke maatregelen zijn getroffen om de kwaliteit te verbeteren?

  3. Wat zijn de personele en de financiële gevolgen van het opnieuw inbesteden van deze werkzaamheden?

  4. Het kabinet heeft het voornemen om m.i.v. 1 januari 2003 een BTW-compensatiefonds op te richten. Uit dit fonds kan de gemeente in de toekomst de BTW terugkrijgen over een deel van de activiteiten, voor zover deze taak uitbesteed aan een particuliere onderneming. De vulling van het fonds geschiedt door een onttrekking uit het gemeentefonds. De financiële effecten zijn echter nog nauwelijks te overzien. Op basis van welke zakelijke argumenten vindt dan binnen de gemeente een afweging plaats tussen inbesteding dan wel uitbesteding?

Dick Tempelman, 16 november 2001


~~~~~~~~~~


Antwoorden

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 8 januari 2002 als volgt beantwoord:



  1. Neen.

  2. Neen.

  3. Er zijn geen gevolgen. Zie de antwoorden op de vragen één en twee.

  4. Op dit moment zijn de financiële effecten van het BTW-compensatiefonds voor de gemeente nog nauwelijks te overzien. Daarom is het momenteel nog niet duidelijk wat de zakelijke argumenten voor de afweging zullen zijn. Wij zullen uw raad hierbij de komende tijd regelmatig betrekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *