Inbreng Haagse VVD bij begrotingsbehandeling over Werk en inkomen

, Den Haag

Voorzitter, we bespreken vandaag het onderdeel Werk en Inkomen uit de programmabegroting, voor de VVD-fractie een belangrijk hoofdstuk. Wij hebben hier de afgelopen periode veel aandacht voor gevraagd en wij wachten, net zoals meerdere collega’s met smart op het 500+ banen plan. Voor vandaag wil ik 2 punten aanstippen die bij de technische vragen bij mijn fractie oproepen:

Aantoonbaar en verwijtbaar:
‘Indien iemand aantoonbaar en verwijtbaar elke vorm van medewerking weigert wordt gekort op de bijstandsuitkering.’ Dit is een zin uit het coalitieakkoord. Dit hebben we samen afgesproken. De Haagse VVD fractie heeft hier een vraag (894) over gesteld: hoe is de wethouder voornemens om deze ambitie meetbaar te maken? Het college antwoord dat deze ambitie niet meetbaar is. Voorzitter, niet meetbaar? Dit antwoord baart mijn fractie grote zorgen.
Natuurlijk is het meetbaar. Als de begrippen aantoonbaar en verwijtbaar niet meetbaar waren, waarom stellen we dan regels op? Waar hebben we dan een wetboek voor? Waar is onze politie dan goed voor? En waar zijn onze rechters dan goed voor? Voorzitter, natuurlijk is deze ambitie meetbaar.
Na de aantoonbaar en verwijtbaar-zin gaat het coalitieakkoord verder: ‘Er zal een intensiveringsslag worden gemaakt als het gaat om het aanpakken van bijstandsfraude.’
Voorzitter, kan de wethouder uitleggen hoe hij een intensiveringsslag wil maken bij het aanpakken van bijstandsfraude, maar tegelijkertijd zegt dat verwijtbaar gedrag niet meetbaar is? Graag uitleg van de wethouder.

Tegenprestatie:
Voorzitter, dan over de tegenprestatie, daar heeft mijn fractie ook nog wat vragen over. U zegt in het halfjaarbericht op bladzijde 30 dat in het kader van de tegenprestatie geen verplichte werkzaamheden zijn opgelegd. Voorzitter, mijn fractie wil hier graag meer duidelijkheid over. Want, de Participatiewet stelt in artikel 7 dat het college beleid moet ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van tegenprestatie en het beleid ook uitvoeren. Het beleid moet worden vastgelegd in een verordening. Voorzitter, ik heb de verordening erbij gepakt, en hier staat keurig het kader omschreven van de tegenprestatie. Ook staat in de verordening dat het college jaarlijks een voortgangsrapportage naar de raad stuurt over het aantal opgelegde tegenprestaties en het aantal uitkeringsgerechtigden met vrijwilligerswerk of mantelzorg. Wanneer ontvangen wij de eerstvolgende voortgangsrapportage?
Voorzitter tot slot, mijn vraag aan de wethouder is, hoe kan het dat de tegenprestatie nooit wordt opgelegd? Waarom stellen we deze regels op als we ons er vervolgens niet aan houden? Hoe kunt u bijstandsfraude aanpakken als u de regels niet meetbaar vindt en bestaande maatregelen zoals de tegenprestatie nooit oplegt?
Graag uitleg van de wethouder.