Hirsi Ali en “Maastrichtse kiezers”

Inleiding
Liberalisme is een geesteshouding waarin tolerantie en waarheidsliefde centraal staan. Beide principes liggen niet zomaar in elkaars verlengde. Bezinning op hun onderlinge spanning is noodzakelijk om de liberale positie in het multiculturele debat te bepalen.

door Peter Smit *1

Gedachtespel: De VVD-fractie begin jaren ’50. In een kranteninterview over levensbeschouwing deelt een fractielid mee dat hij/zij het maar raar vindt dat Gods zegen iemand als David blijft rusten, die niet alleen Uria zijn vrouw Batseba ontnam, maar Uria zelf ook nog de dood injoeg. Als straf voor David liet God het kind uit deze onaanvaardbare relatie sterven *2 . Dat Kamerlid zou best hebben kunnen zeggen “dat David een echtbrekende rokkenjager was is tot daar aan toe, maar hij was nog een laffe moordenaar ook. En die God is naar hedendaagse maatstaven een gewetenloze tiran, want wie doodt nu een onschuldig kind voor de misdaden van zijn vader?”
Ik kan mij nauwelijks indenken dat de toenmalige fractie er een been in had gezien. De redenering is helder. De opvatting is seculier en past in het geestelijk liberalisme. De verontwaardiging zou in de christelijke dagbladen en radioprogramma’s zeker een plaats hebben gekregen. De orthodox protestantse media zouden het daarentegen weer geheel eens zijn geweest met het verzet van ons Kamerlid tegen het kersverse dogma (1950) van de lichamelijke ten hemel opneming van de Maagd Maria onder de uitroep: “Ook als je katholiek bent, dan kun je toch nog wel je gezonde verstand gebruiken?!” De Maasbode en De Volkskrant hadden er gehakt van gemaakt! En uiteindelijk had onze fractie het hele incidentje maar zo zo gevonden. Niet omdat het ongepast zou zijn geweest, religie vormde ook in de politiek dagelijkse kost, zie het Bisschoppelijk Mandement uit 1954. Maar meer vanuit de overweging: “Zeg, alles goed en wel, maar hoe wou jij op deze manier nog aan een paar Maastrichtse kiezers komen? Het zijn er toch al zo weinig! ” *3
Als we de uitspraken in Trouw op 25 januari jl. van Ayaan Hirsi Ali over de profeet Mohammed (“een perverse man”, want hij begeerde het 9-jarig dochtertje van een van zijn vrienden en “een tiran” want hij nam haar tot zijn vrouw tegen de wil van die vriend) samen met de reacties daarop door de oogharen bekijken en er een beetje liberaal toekomstvertrouwen op loslaten, zien we eerst confrontatie. Wellicht glinstert daarachter toch de start van een liberaliseringproces van de islam in Nederland.
Voltaire, strijder voor tolerantie had het nogal aan de stok met de religie, de katholieke vooral, die zijns inziens praatjes verkocht, mensen dom hield en onderdrukte. Ayaan Hirsi Ali vecht nu voor de gelijke positie van de vrouw in de samenleving en daar is nu reden voor strijd. Beider wapen is een stevige dosis ‘waarheidsmedicijn’, een strak rationele benadering. De rede, maar wel met passie.
Het “écrasons l’infâme!” *4 is van Voltaire. Dat liegt er niet om. Hij is ook niet steeds even gunstig ontvangen, om een understatement te gebruiken. Een jaar in de Bastille, uitwijken naar Engeland, Holland, Genêve, enzovoort. “Recht is confrontatie. Zonder strijd gaat het niet.” *5
De vergelijking van Voltaire met iemand van begin dertig aan het begin van haar ‘publieke dienst’ gaat natuurlijk mank. We zijn snel geneigd het mediagenieke in een ‘hype’ uit te vergroten. Abdullah Haselhoeff was pijlsnel idool, zo authentiek èn zo geïntegreerd! Totdat hij als homohater uit de kast kwam omdat zijn godsdienst hem dat nu eenmaal voorschreef. Exit Haselhoeff als idool. Vervolgens veranderde hij van mening: weg homohaat. Idool-af is hij wat liberaler, vrijdenkender geworden.
Een geschiedenis in het klein zoals die met de islam in West-Europa in het groot zal moeten worden afgelegd.

Coëxistentie van Rede en Geloof, Leven en Leer
Bolkestein liep in Nederland vóór met zijn schets van de confrontatie van de moderniteit met de islam. De moderniteit is de onderzoekende, wetenschappelijke levenshouding, die zich graag aan de feiten houdt. Betekenissen of theorieën moeten, zodra zij onhoudbaar zijn geworden in het licht van die feiten worden gewijzigd. En dat steeds opnieuw.
“Modernity has rightly been called the institutionalisation of doubt. Choise and doubt imply rationality, debate and discussion which lead to conclusions over which rational men and women may disagree.” *6
Bolkestein is optimist en voorziet een uitkomst waarbij de (orthodoxe) islam het moeilijk krijgt en de moderniteit wint. Hoe ziet die ontwikkelingsgang eruit?
Naar analogie: Iemand kan bijvoorbeeld zeggen, dat Jezus de zoon van God is en dat Maria maagd bleef. De rationalist zegt: Wees eerlijk, is dat niet heel erg onwaarschijnlijk (of gewoon: onzin *7)? Een beproefd orthodox antwoord is: Religie heeft een aparte sfeer van geldigheid, een eigen domein dat buiten de rede ligt.
De moderniteit als ‘leer’ staat dergelijke vrijplaatsen niet toe. In ‘het leven’ is er echter een vreedzame coëxistentie ontstaan. Rationalisten en gelovigen hoeven elkaar niet voortdurend in de haren te vliegen, mits het publieke leven, het recht, maar redelijk is ingericht en niet volgens de goddelijke openbaring. Bovendien: het geloof presenteert zich óók als praktische ethiek en onttrekt zich dan geenszins aan kritiek. Dan is een gemeenschappelijke gespreksbasis mogelijk, zelfs inhoudelijke overeenstemming zoals bijvoorbeeld in de Rechten van de Mens. Die zijn tegelijk rationeel en geenszins goddeloos.

Het compromis ligt altijd onder vuur
Dit conglomeraat aan door schade en schande, in het westen ‘uitgevonden’, maar universeel geldende mensenrechten vormt een praktisch compromis: Er is tegelijkertijd vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting.
Voor de ware rationalist moet godsdienst toch een soort ‘onzin’ zijn. Het is beter als de fabeltjesfabrieken sluiten. Vandaar wellicht de pogingen om aan de nevenschikking van en daarmee conflicten tussen bijv. de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting een einde te maken, door de godsdienst niet langer als aparte categorie (beter gevrijwaard tegen de normale strafbaarstellingen en aansprakelijkheden dan seculiere meningen) te erkennen. Je kunt dan volstaan met de vrijheid van meningsuiting. Men krijgt de indruk dat bijv. Paul Cliteur een dergelijke positie inneemt. Mij is dat standpunt te radicaal. Het ontkent de realiteit van het bestaan van de religie zowel als de ingrijpende invloed ervan op de menselijke geest. En een constitutie kan maar beter in de realiteit wortelen.
Ook de orthodoxie zal het compromis moeten bestrijden. Het ziet met lede ogen aan hoe de rede het geloofsdomein alsmaar verder in het nauw brengt, totdat je met quasi ongelovige christenen zit, zoals Kuitert, of die Anglicaanse Bisschop van York, die bij zijn aantreden verklaarde dat je de Wederopstanding niet zo letterlijk moest nemen.*8 Tolerantie leidt tot vervaging van eerst orthodoxie en dan van de religie als geheel. Het wordt vrijdenkers binnen de grote godsdiensten dus steevast moeilijk gemaakt. Hoevaak is Schillebeeckx niet op het Vaticaanse matje geroepen? Afscheiden is comfortabeler. Tenminste: als dat mag. Hoezeer het katholicisme beschaafd is geraakt – en tevens los is komen te staan van de wereldlijke macht – blijkt als we over de schouder kijken naar het einde van een belangrijk ‘moslimmodernist’ als Mahmoed Mohammed Taha die in 1985 ‘in the presence of several thousands shari’a cheering citizens’ *9 als ketter werd geëxecuteerd, wegens verzet tegen de invoering van de sharia in zijn Soedan.
De laatste vergelijkbare politico-religieuze moord in Nederland lijkt mij de onthoofding van Van Oldenbarneveldt. Een vaderlands detail uit de vernietigende religieuze troebelen in Europa van af pakweg 1200. Er kwam pas in de loop van de 17e, 18e eeuw vanwege toenemende oorlogsmoeheid en redelijkheid een eind aan.
Gelukkig kennen wij het bloedige karakter van godsdienststrijd niet meer. Helaas kunnen we het nauwelijks bevatten. Ons beschaafd denkraam ontneemt ons niet zozeer het zicht op, maar wel het begrip van Iran, Afghanistan, Saoedi Arabië! Het is televisie, geen realiteit. En dit is de derde bedreiging. Waarschuwingen als de Rushdie-affaire of de vlucht van Nasr Abu Sayed van Cairo naar Leiden worden gezien, maar niet verwerkt. Dezelfden die Bolkestein afdeden als curiosum, nodigen Fatima Elatik uit op verantwoordelijke posities in de PvdA, stadsdeelwethouder in Amsterdam, lid van de Commissie De Boer, die de nederlaag van 15 mei analyseerde. Maar hoe kun je haar die verantwoordelijkheden geven nadat zij de bedreigingen en intimidatie goedkeurde tegen de opera Aïsja nog maar net twee jaar geleden?

De inhoudelijke positie van Ayaan Hirsi Ali
Naar mijn waarneming heeft Ayaan Hirsi Ali drie kernopvattingen:

Integratie is een proces met niet slechts een sociaal-economische kant, maar ook met een culturele dimensie: de overgang van een statisch-agrarische cultuur naar de dynamische moderniteit.
De islam is in die overgang belemmerend, want die verkoopt mensen praatjes, houdt ze dom en onderdrukt ze, en dat geldt a fortiori voor de vrouwen in de islam.
Ik ben atheïst (geworden).
We laten punt 1 rusten (ze heeft wel gelijk) en laten haar geloofsafval buiten beschouwing.
Het springende punt in haar verhouding tot moslims (althans een aantal moslims – en tot de PvdA!) is tot nog toe punt 2, toegespitst op de onderdrukking van vrouwen binnen de islam. Hier past de vraag: Heeft zij het bij het rechte eind?

Allereerst: Zij is niet de eerste en enige die op dit punt wijst. Er zijn er zoveel. Eerder schreef ik zelf naar aanleiding van het afschaffen van het verbod op hoofddoekjes op de laatste openbare school in de Haagse Schilderswijk het volgende:
“Neem nu het islamitische hoofddoekje. ‘Moet kunnen’ is een gangbare opvatting. Maar een hoofddoekje betekent iets. Het is een symbool voor de aparte positie, de achterstelling van moslimvrouwen. Vrouwen mogen letterlijk niet in het openbaar verschijnen. Idealiter blijven ze als nette echtgenotes en moeders thuis, terwijl de paar geoorloofde uitstapjes naar de ouders, het badhuis of familiefeesten gesluierd en gechaperonneerd worden gemaakt. (…) Voor grote groepen arme vrouwen was zo’n complete bescherming en immobiliteit echter nooit weggelegd. Veel boerenvrouwen weten niet beter dan dat zij bij tijd en wijle moeten meewerken op het land en legio vrouwen uit de laagste klassen moeten het gezinsinkomen binnen brengen als hun man ziek, werkloos of afwezig is, dan wel te weinig verdient om iedereen te kunnen voeden. Ze kunnen niet anders dan daarbij de beschuldigingen van immoreel gedrag en ongecontroleerde seksualiteit voor lief nemen.”*10
De geciteerde auteur, Willy Jansen, verzekert ons dat sluiering geen eenduidig religieus voorschrift is:
“De sluier is het meest bekende islamitische symbool voor goed bewaarde en zedig bedekte seksualiteit. De ene keer neemt deze de vorm aan van een alles bedekkend zwart overkleed dat niets onthult over de draagster, de andere keer die van de auto die de bestuurster afschermt van de buitenwereld. Niet de godsdienst, maar de sociale en politieke machtsverhoudingen, tussen mannen en vrouwen, tussen politiek-religieuze groepen als fundamentalisten en modernisten en tussen verwesterde elites en gefrustreerde lagere klassen, bepalen hoe enkele schaarse aanbevelingen in de Koran vertaald worden in verschillende praktijken van sluiering.”*11
Dit heeft mij sterk aangemoedigd in de gemeentepolitiek de sluierkwestie aan te snijden, die in Nederland helaas ook volksgezondheidsimplicaties heeft.*12 Niettemin is mij daarbij herhaaldelijk moslimhaat voor de voeten geworpen.*13
Helaas is de beperking van vrouwen tot de moederrol is wel onderdeel van de leer. Ook islamitische modernisten slagen er niet in die ‘weeffout’ weg te redeneren. Ik citeer Mahmoed over de moslimmodernist Taha:
“The feminism Taha espouses blends modern and traditional elements. Though he rejects the glaring forms of discrimination against women inshrined in the shari’a , he nevertheless operates within a doctrinal horizon that constructs a hierarchy within which women occupy an ontological status below that of men, Eve being ‘an outside projection of Adam’s lower self’.”
Hij citeert Taha vervolgens:
“(…) women and men are recognised as equal even though they may be given different roles in society. Thus a when a woman is being trained to become a mother, her service to the community is not considered less valuable than the service rendered by her brother who is trained to become an engineer, physician, or legislator. There is no limit to training for good motherhood. The more a girl learns, the more valuable she becomes as a mother.”*14
Erg bevredigend lijkt het me niet.

De moslimmodernist Talbi pakt het anders aan, d.w.z. historisch. Nettler beschrijft diens verklaring van de beruchte verzen 34 en 35 van de vierde soera, (de soera over vrouwen), waarin het gezag van de man over de vrouw wordt gevestigd en zijn bevoegdheid haar zonodig met slaag tot de orde te roepen:
“Talbi claims, that at first the Prophet enacted progressive legislation for women in keeping with God’s will and women’s demands. But God revealed verse 34 (…) in response to a growing internal conflict between feminist and anti-feminist forces, in a context which involved an array of intertwined political factors. The verse represents God’s decision to avert an impending intra-Muslim catastrophe through the ‘lesser evil’ of a somewhat ‘retrogressive’ revelation. But this verse must be seen, according to Talbi, in the historical context he has reconstructed on the basis of his reading of the sources. With this, one then knows, the anti-feminist content of the verse reflects a local temporary situation in Medina and not God’s universal teaching. (…) For Talbi, Muhammad’s early ‘feminism’ represents God’s true will for the long term, as a general ethical standard.”*15
Dit doet denken aan de feministische christelijke theologie met de stelling dat Jezus vrouwelijke apostelen had, die na diens hemelvaart in het verdomhoekje zouden zijn gezet. De orthodoxieën van christendom en islam hebben blijkbaar vergelijkbare problemen met de positie van de vrouw. Daarop kunnen vergelijkbare argumentatiemethoden verlichting brengen: historische kritiek, elementaire ethiek – zoals het adagium “Zoals gij wilt dat de mensen U behandelen, moet gij het hun doen” in dit geval betrokken van binnen de bekritiseerde geopenbaarde leer zelf *16 – en hedendaagse wetenschappelijke inzichten.
In wat Hirsi Ali beweert over de positie van de vrouw in de islamitische doctrine heeft zij dus helaas gelijk. Dat is natuurlijk wel de eerste – en m.i. belangrijkste stap – in een evaluatie van haar uitspraken.

Gelijk hebben en gelijk krijgen
Het gelijk krijgen moet hier worden omschreven als een versneld emancipatieproces van vrouwen in moslimkringen. Daar kan een hele reeks van maatregelen dienstig zijn: zoals een uitgebreide vrouwenopvang, verscherpte controle op schoolverzuim van meisjes in oude stadswijken, beschikbaarheid van Nederlands taalonderwijs thuis (bijv. radio, tv, internet, CD-rom), een goede begeleiding van aanstaande moeders die geen Nederlands spreken, een scherpe aanpak van huiselijk geweld, een beperking van de instroom van afhankelijke (vaak analfabete) huwelijkspartners uit de moederlanden, het bevorderen van het buitenshuis werken van meisjes en vrouwen. Het huis uit jagen hoeft niet, gewoon de weg banen is al heel wat (in dat opzicht: leve de hoofddoekjes bij het Albert Heijn-uniform!) Daar komt geen godsdienstkritiek aan te pas.
De confrontatie met een rationele benadering kan echter niet gemist worden. De verwijzing naar de doctrinaire achtergronden van de achterstelling van de vrouw is geen overbodige luxe of provocatie. Bepaalde praktijken hebben nu eenmaal daar hun oorsprong en voedingsbodem. Marxisten zeiden altijd dat als zij aan de macht zouden komen het veel beter zou gaan dan destijds in de Sovjet-Unie. Maar wat gebeurde er in China, op Cuba en in Cambodja? Daar lagen theoretische missers aan ten grondslag (collectivisering van productiemiddelen, dictatuur van het proletariaat). Politiek is praktijk, maar niet uitsluitend praktijk. Een uiteenzetting van beginselen is om twee redenen nodig. Allereerst hebben de kiezers er recht op te weten wat voor vlees ze in de kuip hebben en in de tweede plaats moet het principe ook wel eerst worden geformuleerd. Anders kan het niet in debat worden gebracht. Het verhaal gaat dat Margareth Thatcher ooit in de ministerraad met een klap Ferdinand von Hayeks’ “Road to Serfdom” op tafel legde en verlaarde: “This is what we believe in!” En zo hoort het ook.
Blijft wel ‘de Maastrichtse kiezer’ en ik voeg daar het verwante argument van het leven en de leer aan toe. Ik vermoed dat dat argument in Nederland voor honderdduizenden moslims opgaat.
‘Most Muslims live an ambiguous life in which they maintain an attachment to the Muslim community without adhering totally to all the beliefs which flow from it. Today, everyday life and belief can be in sharp opposition’.*17
Als het leven inderdaad sterker is dan de leer, is liberalisering van de islam te verwachten. En dan moeten beschaafde verhoudingen tussen verschillende religieuze groepen, ook met die hier nieuw zijn, en met ongelovigen toch mogelijk zijn? Een juiste dosis waarheidsmedicijn versterkt en versnelt dat proces: “Recht is confrontatie. Zonder strijd gaat het niet.” Maar overdosering brengt de risico’s van regressie.
Er is dus spanning tussen de beide liberale basiswaarden van tolerantie en waarheidsliefde. Misschien moeten we ook hier maar weer twee domeinen afbakenen. Dit keer gaat het niet om de toelaatbaarheid van één van beiden, maar om de dosering. De maatschappij is een ander forum dan de wetenschap. Tolerantie voor andersdenkenden is in de wetenschap nauwelijks een deugd*18, maar in de maatschappij des te meer. Het woord forum is niet willekeurig gekozen. Op een forum wordt van alles uitgewisseld, het is een markt, plaats van volksvergadering en rechtspraak. Liberalen streven niet slechts in de wetenschap, maar ook in de samenleving vrije uitwisseling na van goederen, gedachten, feiten. Wij willen dat ook in de samenleving de rede terrein wint. Zonder waarheidsliefde wordt tolerantie onverschilligheid en staan wij weerloos tegenover de intolerantie. En toch: In de maatschappij is zelfs de toepassing van de rede een kwestie van maat houden, anders gaat de tolerantie ten onder. Dat is een cruciaal verschil met wetenschap.

De schandalige bejegening van Ayaan
We hebben het wel in de kranten kunnen lezen, maar een ‘bloemlezing’ uit de bejegeningen van Ayaan is op zijn plaats. Karaktermoord en fysieke bedreiging moet overal aan de kaak worden gesteld. De reacties worden gekenmerkt door beledigd zijn, argumentatie onbesproken laten, de boodschapper voor gek verklaren, schelden en dreigen.
“De Islamitische Universiteit Rotterdam betreurt ten zeerste de blasfemische en provocerende uitspraken van Ayaan Hirsi Ali. Zij heeft met haar uitspreken over de Islam en de Profeet Mohammed de moslimgemeenschap in Nederland en in de hele wereld diep geraakt. (…) De ‘traumatische jeugd’ van mevrouw Ali mag geen excuus zijn voor een dergelijke onverantwoorde handelswijze. De geestesgesteldheid van een individu is eerder een zorg van medici en van naasten. (…) Een persoon die zo weinig respect heeft voor de geloofsovertuiging van anderen, zowel Moslims als Christenen, is niet waardig om het volk te vertegenwoordigen.”*19
Het Turks Forum: “Alibi Ali heeft wederom uiting gegeven aan haar intense haat die zij jegens de islam en moslims voelt. Uit eerder gedane uitspraken en haar naïeve gedrag blijkt duidelijk dat dit wezen in de knoop zit met zichzelf en haar afkomst.” Verder spreekt men over “dit sujet” en de “troebelheid van haar persoonlijkheid”. Zalm wordt gevraagd afstand te nemen, of “is het de bedoeling dat moslims vanaf nu worden gedemoniseerd, gestigmatiseerd en gedemoraliseerd?” Men vraagt of het “de bedoeling is van de VVD om fysieke acties uit te lokken op de als breekijzer fungerende Alibi Ali en deze te gebruiken als excuus om het streven naar assimilatie kracht bij te zetten en moslims verder te demoniseren.”
Over de media: “het kleineren en schofferen van moslims (…) is niet meer uit te leggen als vrije nieuwsgaring en uitoefening van het democratisch recht tot zelfexpressie. Dit is je reinste aanzet tot haat.” Van het Turks Forum mag Ayaan niet in het parlement gaan zitten. Men eindigt met de mededeling “Dialoog is mogelijk, maar niet door middel van demagogie!”*20
In Trouw van 29 januari meldt de heer Potmis van de Stichting Haags Islamitisch Platform (SHIP): “Deskundigen moeten zich erover buigen. Maar ik ben farmacoloog, dus ik weet een beetje waar ik over praat. Ik kan niet op grond van een interview een psychoanalyse maken, maar ik constateer dat zij traumatische ervaringen heeft gehad en dat zij niet evenwichtig is. (…) Zij is agressief. Dat kun je op verschillende manieren uiten. De een krijgt misschien een eetstoornis, zij uit zich zo in de krant. Iedereen heeft de mond vol van zinloos geweld. Dat is dit ook. Zonder reden heeft zij een gemeenschap aangevallen.”
Ayhan Tonca, voorzitter van “de belangrijkste Turkse moskee-organisatie TICF” in diezelfde krant: “Wat zij over de profeet zegt is van dezelfde strekking als wat Rushdie zei. In Nederland heeft niemand de bevoegdheid om een fatwa uit te spreken, maar dat kan internationaal, bijvoorbeeld vanuit Iran. Haar uitspreken kunnen voor het buitenland worden vertaald.”

Commentaar overbodig. Wil echter de reacties noteren van die ‘progressieve intellectuelen’, zoals van Blokker in De Volkskrant die willen dat Ayaan Hirsi Ali in het parlement niet spreekt. Zij vragen geen dosering, maar zwijgen.
Voor tolerantie – paradox – moet gestreden worden. Ik eindig optimistisch. Abdulwahid van Bommel van het Moslim Informatie Centrum Nederland reageert normaal: “Ik vind dat politici en de rest van de media deel moeten uitmaken van een dialoog. Die dialoog moet gevoerd worden op welke manier dan ook. Beledigd zijn is niet aan de orde.”*21

Peter Smit

*Noten:

Peter Smit (1956) is historicus, van 1990-2000 was hij maat in Stallen & Smit, maatschap voor milieubeleid, die voor overheden en bedrijfsleven studies verrichtte over vooral risicobeleid. Sinds 1998 is hij voor de VVD lid van de Haagse gemeenteraad en vanaf juli 2000 fractievoorzitter.
Samuel, Hoofdstukken 11 en 12, in: De Bijbel, uit de grondtekst vertaald, Willibrord vertaling, Katholieke Bijbelstichting Boxtel, 1975.
Overigens werd Thorbecke in 1853 na zijn ontslag als gevolg van de Aprilbeweging tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, juist in Maastricht als Kamerlid herkozen. Deze band van liberalen en katholieken is door ons verzet tegen de overheidsfinanciering van bijzondere scholen vervolgens grondig verpest. Op dat punt dreigt weer iets!
(Of “écrasez”.) Te vertalen met: “Laten wij de bedrieger verpletteren.”
‘Confrontatie en compromis, recht, retoriek en burgerlijke moraal’, J.H. Nieuwenhuis, Oegstgeest 1992, p.1.
‘Islam and Modernity, Muslim intellectuals respond’, Cooper J. , Nettler R. , Mahmoud, M., p. 3. New York, 1998.
Ook moslims wijzen deze onwaarschijnlijke stelling af.
Binnen enkele maanden was zijn Middeleeuwse kathedraal door de bliksem getroffen hetgeen het unieke dak verwoestte. Het ‘net goed’ was niet van de lucht.
Cooper, J. e.a., p. 106/7, zie noot 6.
Smit, P. ‘Hoog tijd voor Dolle Mina II’ in:.Haagsche Courant, 20 februari 2002. Het cursieve citaat is uit Jansen, W. ‘Islam en seksualiteit’ in: Driessen , H. (red.) ‘In het huis van de islam’, SUN, Nijmegen, p. 158. Het artikel werd geschreven n.a.v. het niet-optreden door Haagse PvdA-wethouders Jetta Klijnsma (emancipatie) en Pierre Heijnen (onderwijs, integratie) voor het behoud van tenminste één school met hoofddoekverbod. We hebben in Den Haag dus het zelfde soort ervaring met de onverschilligheid (onwetendheid) van PvdA-politici als Ayaan Hirsi Ali is tegengekomen.
Driessen (red.) p. 158/9.
Wuister, J., Van der Meer, I.M., Huisman, W. en Lutjenhuis, M.J.Th. ‘De herontdekking van het vitamine D-tekort; gegevens uit de Schilderwijk’, in: Epidemiologisch Bulletin 2002, nr. 37, 2, p. 8 e.v. , evenals: Grootjans-Geerts, I. en Wielders, J.P.M., ‘Pilotonderzoek naar hypovitaminose D bij ogenschijnlijk gezonde gesluierde Turkse vrouwen: ernstige vitamine D-deficiëntie bij 82%’ in: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2002, 8 juni : 146(23) p. 1100 e.v.
De links-autochtone verontwaardiging is heftig. Een aantal moslims die ik spreek geven er weliswaar blijk van de sluierdiscussie ongemakkelijk te vinden, maar dat staat overige samenwerking niet in de weg. Er is ook een forse links-allochtone groep die mij juist aanmoedigt. Eén zelfbenoemde moslimvoorvechter heeft in september 2002 een strafklacht ingediend wegens belediging en aanzetten tot haat, waarvan ik overigens alleen via diens persbericht en de media iets heb vernomen. Het OM zwijgt en dat lijkt me prima zo.
Mahmoud, M., ‘Mahmud Mohammad Taha’ in: Cooper J. e.a. , p. 123, zie noot 6.
Nettler, R.L., ‘Mohamed Talbi’ in Cooper, J. e.a., p. 132, zie noot 6.
Lucas, 6,31. in: De Bijbel, zie noot 2. Maar dit adagium figureert, dacht ik, ook al in de klassieke Oudheid.
Hopwood, D., in: Cooper, J. e.a., p. 4, zie noot 6.
In de wetenschap hoeft dat ook geen deugd te zijn, omdat er in het wetenschappelijke discours per definitie geen bloed vloeit. Zodra dat wel het geval is, is er geen sprake meer van wetenschap.
Persbericht 27 januari 2003
Eveneens een persbericht van 27 januari
Metro, 31 januari 2003

 

Bron: Liberaal Reveil (februari 2003)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *