Haagse VVD in de pers:‘Ze zullen weten dat ik hier heb gezeten’ : Martin Wörsdörfer 45), Kamerlid en oudfractievoorzitter VVD Den Haag

, Den Haag

Den Haag Centraal, 18 mei 2017

Nieuwbakken Kamerlid Martin Wörsdörfer (45) van de VVD neemt afscheid van de Haagse gemeenteraad na achtenhalf jaar trouwe dienst. Maar bellen kan altijd, verzekert hij: “Want hé, ik ben niet dood.”

Door Mieke van Dixhoorn

Van zijn oude naar zijn nieuwe werkplek lopen, zo begint het gesprek met Martin Wörsdörfer (45), vers Tweede Kamerlid van de VVD. Deze week neemt de oud-fractievoorzitter van de Haagse afdeling afscheid in de gemeenteraad. “Het is toch wel verdrietig.” Maar Wörsdörfer loopt blij als een kind door het Kamergebouw – hij verbaast zich over andere regels en herkent dingen uit de nieuwsprogramma’s – naar trappenhuizen waarvan hij probeert te onthouden waar ze uitkomen. “De eerste keer dat ik hier binnenkwam, zeiden de bodes meteen: ‘Goedemorgen, meneer Wörsdörfer.’ Dat had ik niet verwacht. Dus ik zei: ‘Zeg maar Martin.’ Maar dat mogen ze niet. Alles moet met mevrouw en meneer. Nou, daar word ik best ongemakkelijk van.” Geen ‘u’ dus, in dit interview.

Hoe is het tot nu toe als Kamerlid? Je begint weer onder aan de ladder.
“Nieuw zijn is eigenlijk wel lekker, gewoon eventjes weer de basis: zorgen dat je ideeën omzet en beleid aanpast. Hier niet anders dan in de gemeenteraad. Dat is een ontspannen gedachte.”

Waar moet je aan wennen?
“Behalve dat alles zo officieel is, ligt de vergadersnelheid hoger. Meteen de eerste keer ging het al mis: er was iets geconcludeerd waar ik het niet mee eens was, maar toen was het punt al voorbij. En de stemmingen: in de raad doen we dat als een onderwerp net aan de orde is geweest. Hier wordt alles verzameld en een week later komt het achter elkaar. We hadden woensdag een schoolklas op de tribune.” Hij doet de voorzitter na: “In stemming komt motie huppeldepup. Ah, unaniem aangenomen. Dan sluit ik de vergadering. Serieus, langer dan dat duurde het niet. Nou, die klas deed het enige wat ze in mijn ogen konden doen, ze gingen keihard lachen. Helemaal terecht, zo raar!”

Hoe leer je de kneepjes van het vak?
“Je kunt bij iedereen binnenlopen in de fractie. En ik zit ook weleens met Bruno Bruins (oudstaatssecretaris van de VVD, red.) te kletsen en ik heb afgesproken met Jeltje (van Nieuwenhoven, oud-Kamervoorzitter en huidig raadslid voor de PvdA, red.). Zij heeft een bak ervaring in dit gebouw, ook als Kamerlid van de grootste partij. Ik vraag me af hoe dat is. Je moet niet zo arrogant zijn dat je denkt: ik weet het allemaal wel. De tien nieuwen uit de fractie zoeken elkaar ook op. We hebben samen gegeten en we berichten elkaar: waar stel je schriftelijke vragen? Of: ik ben de oren gewassen in een commissie! En ook: gaaf, je zat in dat nieuwsprogramma. Fantastisch!”

Wörsdörfer is een man waar het liberalisme bijna van afstraalt. Op straat begint hij vrijwel meteen over overbodige regels, een teveel aan verkeersborden en het zelf doen. En ja, alle drie zijn kinderen zitten op hockey. Tijdens het maken van de foto raakt hij in gesprek met de fotograaf. Die heeft last van de nieuwe parkeerregels die net zijn ingevoerd in het centrum. “Je fiets parkeren kan ook al niet meer.” Hij overweegt zijn bedrijf te verhuizen en is bezig aan een open brief aan de wethouder. De politicus luistert en geeft vervolgens advies. “Ondernemers die weggaan, dat is niet de bedoeling. Gebruik dat in je brief.” Tijdens het gesprek blijkt dat Wörsdörfer het er niet per se om doet. Hij is nu eenmaal een liberaal. “Ik heb collega’s die alles weten en zo allerlei filosofen kunnen aanhalen. Hayek, Nietzsche en zo. Ik kan dat niet. Ik weet alleen wel: als ik iets vind en je gaat het nakijken, is het altijd liberaal. Dat is mooi, dan hoef ik er verder niet over na te denken.” En het nieuwe Kamerlid heeft best wat weg van zijn hoogste politieke baas. Na het gesprek staat de teller op negen keer ‘gaaf’, vijfentwintig keer ‘mooi’ en zes keer ‘fantastisch’. Ze waren bij de partij expliciet op zoek naar een fiscalist. Vandaar dat de Hagenaar werd benaderd. Groot voordeel van de nieuwe aanstelling: “Fulltime volksvertegenwoordiger zijn. Dat wilde ik graag. Het raadslidmaatschap noemde ik altijd een uit de hand gelopen hobby. In achtenhalf jaar heb ik vier banen gehad. Nu kan ik hier straks fulltime hetzelfde doen als in de raad, maar dan in het hele land. En het wordt net zo gaaf.” Wel moet hij het voorlopig doen met de portefeuille ‘decentrale overheid en omgevingswet’. “Niet heel sexy, maar ook dat moet gebeuren. Als ik hard m’n best doe, mag ik misschien een keer iets over belastingen vinden. We zien wel.” Gelukkig hoeft de politicus voor zijn nieuwe baan niet te verhuizen. “Ik ben opgegroeid in Noord-Brabant, Kaatsheuvel. Bij De Efteling, en ja, daar heb ik gewerkt.” Via zijn studie fiscale economie in Rotterdam kwam de politicus samen met zijn vrouw Karin in Den Haag terecht. “Na twee dagen was het voor mij duidelijk: ik ben thuis. Het zal wel iets in de lucht zijn. We begonnen boven Soeboer (restaurant aan de Brouwersgracht, red.), nu wonen we heerlijk op Scheveningen.” Opeens kijkt hij verschrikt op: “Jij woont hier toch ook wel?!” Gerustgesteld gaat hij verder: “Karin kon op een gegeven moment een baan krijgen in Singapore. Maar ik zei: ‘Ja, dat kan wel zijn, maar dat gaat ’m niet worden.’ Maar de juriste krijgt verder wel alle ruimte. Weg voor werk? Op vakantie? ‘Geen probleem, gaan we regelen’.”

Was je een gretig raadslid?
“Ja, natuurlijk! Het is echt zo gaaf om te kijken of je ergens iets kan veranderen. Als raadslid kom je overal binnen. Ik vind dat heerlijk. Ik ben ook altijd overal op ingegaan. Je wilt praten? Ik kom, zo hoort dat. Sommige mensen zijn verbaasd, maar je hebt veel aan dat soort gesprekjes. Het verkeer in Scheveningen is voor mij een belangrijk onderwerp. Ik weet nog goed dat ik bij een oude Scheveninger op de koffie ging. Ik had een kaart meegenomen en samen liepen we alle plekken door waar verkeer een probleem was. Daar heb ik jaren op geteerd. Deels staat het in de verkeersvisie van vorig jaar, deels in het programma ‘De Kust Gezond’. Het duurt wel even voor mensen je weten te vinden. Dat is jammer, niemand kent raadsleden. Ik hoorde een keer iemand zeggen tegen Boudewijn (Revis, VVDwethouder, red.): ‘Die blonde, die is toch van jullie?’”

Welke momenten zul je nooit vergeten?
“Flauw, maar ongelooflijk veel. De eerste keer de camera van GeenStijl op je neus, gelukkig had ik het antwoord dat ze wilden horen. En natuurlijk denk je dan aan successen. Bijvoorbeeld dat mijn amendement het haalde waardoor de afvalstofheffing voor eenpersoonshuishoudens naar beneden ging. Die betaalden net zoveel als gezinnen. Dat slaat natuurlijk nergens op. Als je zoiets voor het eerst voor elkaar krijgt, vind je dat wel gaaf. In een interview voor de krant ging ik vervolgens íéts verder dan ik had afgesproken, voor het in de fractie was geweest. Ik snel een voorstel tikken. Toen zei Sander (Dekker, oud-fractievoorzitter, red.) schaterlachend: ‘Man, ga weg met je artikel. Ik heb al lang gelezen wat je ervan vindt!’ Ik vind dat mooi. Ik ben ook een keer enorm te grazen genomen in een debat. Ik werd weggebluft over iets dat in het coalitieakkoord stond. Ik had moeten kijken wat er in stond. Wat mij verweten werd, klopte niet. Dat gebeurt je daarna nooit meer! Je moet erom kunnen lachen, daar zijn wij VVD’ers goed in. Ik had bijvoorbeeld een debatje in Wateringse Veld en ik dacht: daar fiets ik wel even heen! Het was een uur fietsen! Compleet gesloopt kwam ik aan en het debat ging waardeloos. Mooi! Mooi! Het zijn allemaal prachtige herinneringen. En de conclusie is: ik ga het heel erg missen.”

Hoe was jij als fractievoorzitter?
“Vrij los. We weten als liberalen wel ongeveer wat we vinden met elkaar. Iedereen moet zijn eigen ding kunnen doen. Maar als iemand ergens niets mee doet, denk ik wel: gemiste kans. Richting de andere partijen ben je een stootkussen. Soms best eenzaam.”

Is het moeilijk?
“Nee, leuk! Met Boudewijn kon ik altijd al goed. Je bent een duo, een tandem. Natuurlijk hebben we niet altijd succes. Het is nogal een verschil of je tien of vier zetels hebt, zoals nu. Dan ben je minder relevant en de meerderheid neigt naar links. Dat is dan zo, we winnen soms en we verliezen soms. Een VVD’er drinkt een borrel en gaat door. Het is gewoon de realiteit.”

In de coalitie is het nu en dan vast spannend.
“Het knettert weleens. We hebben stevige discussies gehad over de statushouders bijvoorbeeld. En ik heb een keer meegedraaid met de onderhandelingen. Dat is ook spannend. Gaat het lukken, komen we eruit? Er loopt iemand weg met slaande deuren. Oehhh…”

Sloeg je zelf ook met deuren?
“Ja, maar niet daar. Ik ben wel een keer heel boos geworden. Zo van: ‘Nu worden we in een hoek geduwd en dat accepteer ik niet.’ Ik heb daarna geen rancune. We zijn niet elkaars boezemvrienden, maar dat hoeft ook niet.” Waarom hij boos was? Wörsdörfer schudt zijn hoofd en knipoogt. Ook wannéér, wil hij niet zeggen. Hij lacht.

Jullie slikken dus best wat.
“Sommige dingen uit het collegeakkoord vind ik niks, zoals de uitgebreide sociale voorzieningen. Maar ik sta er wel voor. En die nieuwe open bestuurscultuur waar iedereen de mond vol van heeft. Dat slaat nergens op. Het is niet anders dan andere jaren. Niets ten nadele van Joris Wijsmuller (HSP, red.), maar hij is gewoon een PvdA-wethouder.”

Wanneer is je avontuur op het Binnenhof geslaagd?
“Als ik over twee jaar met net zoveel enthousiasme vertel over mijn nieuwe werk als ik nu doe over mijn raadsperiode. Mijn regel is: als ik me niet meer verbaas, moet ik stoppen. Dan heb ik geen toegevoegde waarde meer.” In zijn laatste week als raadslid ruimt Wörsdörfer zijn mailbox leeg, maar werkt hij ook nog aan een laatste initiatiefvoorstel om streetart te bevorderen in de Binckhorst. “Ze zullen weten dat ik hier gezeten heb.” De volgende lokale verkiezingen ziet hij met vertrouwen tegemoet. ‘Ze’ moeten het gaan doen, in plaats van ‘we’. “Maar hé. Ze kunnen altijd bellen, want ik ben niet dood.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *