Haagse VVD in de pers: In hoog tempo naar de top

, Den Haag

Algemeen Dagblad, 6 februari 2019
door Anne Kompagnie

Interview Ayse Yilmaz
Als opgroeiende vmbo-leerlinge uit de Schilderswijk wist Ayse Yilmaz (30) al: ze zou niet stoppen met studeren tot ze het hoogste had bereikt. Ook als jonge werkende vrouw en raadslid zijn haar ambities grenzeloos.

De eerste vrouwelijke premier van Nederland. Die functie ambieerde Ayse Yilmaz, Haags raadslid voor de VVD, als opgroeiend kind. Niet dat ze uit een politiek geëngageerd milieu komt, integendeel. ,,Eigenlijk spraken we thuis nooit over zulke zaken. Maar ik vond het belangrijk dat bijvoorbeeld mijn jongere broertje, toen een jaar of 10 oud, de namen van de ministers en staatssecretarissen kende. Daarover overhoorde ik hem regelmatig.”

Uit wat voor gezin kom je?
,,Een warm milieu. Ik ben de middelste in een gezin van twee zussen en een zusje en broertje. We woonden in hartje Schilderswijk, ook mijn grootouders leefden bij ons in. Erg ruim was het niet, een eigen kamer heb ik nooit gehad. Mijn moeder was bijzonder beschermend naar ons kinderen toe. Zomaar op straat spelen was er eigenlijk niet bij en ze wilde al helemaal voorkomen dat we vieze woorden oppikten van leeftijdsgenoten. De voertaal thuis was Turks, omdat mijn grootouders dan ook alles meekregen. Met mijn zussen en broer spreken we nog steeds een mixtaal: sommige woorden komen gewoon beter tot z’n recht in het Nederlands, anderen juist in het Turks.”

En op school? Hoe was de kleine Ayse in de klas?
,,Een betwetertje, denk ik. Ik had overal wel een mening over. En ik nam leren enorm serieus. Nu denk ik: ik had wat vaker gewoon lol mogen maken. Maar dat zat er gewoon niet in. Grote idealen had ik. Met mijn nichtjes uit Berlijn droomden we van het opzetten van succesvolle internationale ondernemingen.”

Je kreeg een vmbo-t-advies en moest op zoek naar een school. Hoe ging dat in z’n werk? ,,Mijn twee oudere zussen hadden daar een hele studie van gemaakt. De vmbo-school in de Schilderswijk presteerde op dat moment niet goed, zij zochten een andere plek voor mij. Zo kwam ik in Voorburg terecht. Een hele verandering: ik kwam van een zwarte school en opeens was ik de enige in de klas met een buitenlandse achtergrond. Was ik op de basisschool trots op mijn vocabulaire, die eerste dagen in de brugklas bleek dat ik best wat woorden gewoon niet kende. Ik wist: hier zal ik hard voor moeten werken. Maar ik wist tegelijkertijd: vmbo wordt niet mijn eindstation. Ik ga door, totdat ik het hoogst mogelijke heb behaald.”

Werd dat thuis ook gestimuleerd?
,,Zeker, er was wel een behoorlijke prestatiedruk. Als ik een 8 had gehaald, was de reactie: waarom geen 9? Ik heb dat als iets positiefs ervaren en die les ook altijd ter harte genomen: vraag altijd het uiterste van jezelf.”

Wat ben je na het vmbo gaan doen?
,,De mbo-opleiding administratieve juridische dienstverlening. Een goede keuze, omdat ik hier voor het eerst in aanraking kwam met openbaar bestuur, overheid en politiek. Dat maakte iets in mij wakker en het heeft me nooit meer losgelaten. Uiteindelijk is het me zelfs gelukt stage te lopen bij de griffie en een dag mee te lopen met de VVD.”

Waarom was het nu juist deze partij die jou aansprak?
,,Ik was een jaartje of 16, de strijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk was volop gaande, dat intrigeerde me. Het liberalisme sprak aan, omdat het past bij mijn rechtvaardigheidsgevoel. Mijn ouders werkten hard, terwijl veel buren de hele dag thuiszaten. Als mijn vader naar bed wilde omdat hij op tijd weer moest opstaan, zaten vrienden ’s avonds nog bij elkaar thee te drinken. Leeftijdsgenoten kregen kortingen dankzij de Ooievaarspas, ik viel overal buiten omdat mijn ouders wél een inkomen hadden. Voor mijn gevoel wrong dat enorm.”

Dus je was je toen al aan het voorbereiden op een politieke carrière?
,,Enigszins, maar ik hield alle opties open. Na het mbo wilde ik beginnen met twee hbo-opleidingen, bestuurskunde en bestuursrecht. Uiteindelijk was het vanuit de hogeschool praktisch niet inpasbaar om een duaal traject te blijven volgen en heb ik alleen bestuurskunde gehouden. Heel eerlijk: eigenlijk baal ik daar nog steeds van. Het hbo smaakte naar meer, de stages werden interessanter en inhoudelijker en ik sprak ook steeds openlijker over mijn ambities. De studie bestuurskunde aan de Universiteit Leiden was wat mij betreft een heel logisch gevolg.”

Je hebt sinds je afstuderen diverse functies bekleed binnen het openbaar bestuur: eerst bij Rijkswaterstaat, nu bij het ministerie van Financiën. Ben je waar je wilt zijn?
,,Nee, er zijn altijd stappen te maken. Als ik nu kijk naar mijn tijd bij Rijkswaterstaat, denk ik: ongelooflijk leerzaam, maar eigenlijk ben ik er met vier jaar net iets te lang blijven hangen. Ik wil in een harder tempo vooruit. Als ik een dag niets heb geleerd of gepresteerd, kan ik ’s avonds de slaap niet vatten. Of ik nog steeds het minister-presidentschap ambieer? Nee, daar zijn andere dromen voor in de plaats gekomen.”

Je bent zelf opgeklommen van vmbo naar wo. Minister Arie Slob wil opstromers als jou alle ruimte geven. Een goed streven?
,,Op zich verdient de opstromer de ruimte. Anderzijds, een diploma moet zeker z’n waarde behouden en geen cadeautje worden. Het is wat mij betreft heel simpel: wie wat wil bereiken, moet er gewoon heel hard voor werken.”