Persbericht
Den Haag, 30 november 2007
VVD en PvdA: Grauwe schuttingen de stad uit!
De Haagse gemeenteraadsfracties van VVD en PvdA vragen het college het aanzien en de veiligheid van bouwschuttingen beter in de gaten te houden. In 2001 besloten college en gemeenteraad dat de bouwschuttingen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Toch laten diverse bouwplaatsafscheidingen te wensen over, bijvoorbeeld bij de hoek Buitenom/Prinsegracht en de nieuwbouw voor het Hiltonhotel (Zeestraat).
Aan de andere kant zijn er ook positieve voorbeelden zoals de bouwschuttingen op de Turfmarkt met daarop foto’s van Den Haag uit vervlogen tijden.
Liberalen en sociaal-democraten stellen voor dat de bouwschuttingen (vaker) gebruikt worden als ondergrond voor kunstprojecten van instellingen zoals de Koninklijke Academie, Stroom en het Koorenhuis. Vanwege het internationale imago van Den Haag stellen de partijen voor dat de kunstprojecten zoveel mogelijk in het teken staan van recht en vrede.
VVD-raadslid Iris Michels-Spee: “De grauwe bouwschuttingen zijn mij een doorn in het oog. Bewoners en passanten voelen zich ’s avonds hierdoor niet alleen minder op hun gemak, maar de schuttingen zijn ook vrijplaatsen voor graffiti en wildplakkers. Ik verzoek het college meer oog te hebben voor fraaie bouwafscheidingen.”
De partijen stellen ook voor om op meer plaatsen in de stad bouwschuttingen met ingetogen reclame toe staan.
PvdA-raadslid Lobke Zandstra: “De gemeente heeft de taak om bouwondernemers te wijzen op de mogelijkheden om een fraaie bouwschutting te realiseren. Dit kan door samenwerking met kunstinstellingen, maar de bouwondernemers kunnen hun schuttingen ook laten gebruiken als ondergrond voor een kunstzinnige reclame. Hierdoor zal het aanzien van de stad zeker verbeteren.”
Voor nadere informatie:
Iris Michels-Spee (VVD-raadslid), tel. 06 - 42 23 92 92
Lobke Zandstra (PvdA-raadslid), tel. 06 - 28 63 31 89
Bij de foto's: Boven een voorbeeld van een fraaie schutting (Beeklaan), midden-links nog een mooie schutting (politieke kleuren), midden-rechts een minder geslaagd voorbeeld (Vaillantlaan) en onder een lelijke entree van Den Haag (Centraal Station).
~~~~~~~~~~
Vragen
Aan de voorzitter van de gemeenteraad
Den Haag, 29 november 2007
In april 2001 is een nota over de visuele kwaliteit van bouwplaatsafscheidingen (RIS 084179) in de betreffende raadscommissie besproken. De nota zet de juridische mogelijkheden uiteen die de gemeente kan aanwenden om zowel de kwaliteit als het aanzien van bouwplaatsafscheidingen te verbeteren.
Het is de fracties van VVD en PvdA opgevallen dat de visuele kwaliteit van bouwafscheidingen regelmatig te wensen overlaat, bijvoorbeeld bij de hoek Buitenom/Prinsegracht en de nieuwbouw van het Hiltonhotel (Zeestraat).
In het licht van het voorgaande en onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde, hebben onze fracties de volgende vragen.
- Deelt het college met de fracties van VVD en PvdA de mening dat bouwplaatsafscheidingen die niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand, i.c. tijdens de bouwwerkzaamheden niet bijdragen aan een verzorgd en overzichtelijk straatbeeld, bij bewoners en passanten ’s avonds het gevoel van veiligheid verminderen en dat deze afscheidingen het stadsbeeld detoneren?
- Kan het college inzicht geven waarom de bouwplaatsafscheidingen op de hoek van het Buitenom/Prinsegracht en bij locatie voor het Hiltonhotel niet aan de gemeentelijke richtlijnen voldoen, terwijl deze bouwlocaties wel in het aandachtsgebied –zoals vermeld in de nota over de visuele kwaliteit van bouwplaatsafscheidingen– vallen? Heeft de gemeente bij de eerste contacten met potentiële opdrachtgevers voor eerdergenoemde bouwprojecten toentertijd het aanzien van de bouwafscheidingen ter sprake gebracht? Zo nee, waarom niet?
- Heeft het college zoals gemeld in de aangehaalde nota onderzocht of het mogelijk is een budget ter beschikking te stellen om instellingen zoals Stroom HCBK, de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten en het Koorenhuis in samenwerking met scholen in staat te stellen om de bouwafscheidingen te gebruiken als ondergrond voor een kunstwerk? Zo ja, wat zijn vanaf 2001 hiervan de resultaten? Zo nee, waarom is dit voornemen niet uitgevoerd? Is het college bereid om genoemde instellingen en scholen het thema recht en vrede mee te geven bij het ontwerp van kunstwerken voor de bouwschuttingen?
- Is het college bereid om bij de eerste contacten met potentiële opdrachtgevers hen op goede voorbeelden van bouwplaatsafscheidingen te laten attenderen en deze opdrachtgevers zo nodig te ondersteunen bij het leggen van contacten met kunstinstellingen en kunstenaars?
- Is het college bereid om ingetogen commerciële uitingen op bouwschuttingen op meer plaatsen in de stad –waaronder de herstructureringsgebieden– toe te staan?
Iris Michels-Spee Lobke Zandstra
VVD PvdA
~~~~~~~~~~
Antwoorden
Het college van burgemeester en wethouders heeft bovenstaande vragen op 15 april 2008 als volgt beantwoord:
- Wij delen die mening.
- In het algemeen is gebleken dat het afdwingen van goed verzorgde bouwschuttingen via de publiekrechtelijke weg slechts zeer beperkt mogelijk is. In de bouwvergunning wordt als nadere eis voor de binnenstad en de binnenruit -in aansluiting op de opbreekvergunning (zie verder)- gesteld, dat de afscheiding rond de bouwplaats moet voldoen aan redelijke eisen van welstand.
Omdat het altijd gaat om tijdelijke bouwwerken, waarop het welstandsbeleid niet van toepassing is, moet deze nadere eis worden gezien als het nadrukkelijk onder de aandacht brengen van het belang van een verfraaide bouwschutting en niet als een zo nodig afdwingbare voorwaarde.
Artikel 6 van de APV biedt op zich wel de mogelijkheid om eisen te stellen aan de visuele kwaliteit van bouwschuttingen bij de uitgifte van de openbare straat voor doeleinden, zoals in dit geval bouwplaatsen. Op grond van genoemd artikel kan aan de openbare straat (tijdelijk) de functie worden onttrokken. Via de opbreekvergunning worden dan voorwaarden gesteld aan de detaillering, de constructieve veiligheid, het uiterlijk aanzien en hoe in het beheer van de afzettingen/schuttingen is voorzien. Deze voorwaarden blijken echter nauwelijks handhaafbaar, omdat de opbreekvergunning primair de bereikbaarheid van de binnenstad als doel heeft. Bovendien heeft de bouwer niet altijd de openbare straat nodig om tot uitvoering van de bouw te komen. In die situaties heeft de gemeente dus geen enkel publiekrechtelijk middel om een esthetisch verantwoorde bouwplaatsafzetting af te dwingen.
Langs privaatrechtelijke weg kan met name via de uitgifte van de grond bereikt worden dat er extra aandacht wordt besteed aan verfraaiing van bouwschuttingen. De gemeente moet dan meestal zelf ook een deel (bijv. 25%) van de kosten voor haar rekening nemen. Dit kan uit het potje voor communicatie of uit het potje voor wijkleefbaarheid. Uiteraard zijn deze middelen niet onbeperkt. In het verleden werden ook wel bouwschuttingen versierd met hulp van de stichting “De Versiering”, die voor een deel werd gefinancierd uit het budget voor de binnenstad. Deze stichting is echter opgeheven. Dat het bij grote projecten vaak wel mogelijk blijkt om een nette schutting gerealiseerd te krijgen, laat het project voor de Wijnhaven en de Spuimarkt zien. Bij particuliere plannen ligt het moeilijker omdat de gemeente dan geen partij is en dan nog meer afhankelijk is van de welwillendheid van de particuliere aanvrager.
Bij het project voor het Buitenom/Prinsegracht is de realisatie van een nette schutting niet aan de orde geweest omdat er geen noodzaak was om een dichte schutting te realiseren. Bovendien was er ook geen ruimte om een schutting te plaatsen omdat de rooilijn van de nieuwbouw direct in de weggrens is gelegen. Wel is veel aandacht besteed aan de veiligheid van fietsers en voetgangers langs het bouwterrein.
Het project Zeestraat (Hiltonhotel) is een particulier project. Wij zijn met u van mening dat de, op zich veilige en dichte, schutting er beter uit had kunnen zien. De projectontwikkelaar is door het DSO/HOB alsnog verzocht om iets aan de ongewenste uitstraling (met graffiti) te doen. Deze heeft toegezegd om aan een graffiti kunstenaar opdracht te geven om een kunstwerk aan te brengen, gecombineerd met reclame voor de projectontwikkelaar.
- In de nota wordt als mogelijkheid geopperd, voor opdrachtgevers, om met genoemde instellingen in zee te gaan. Over de mate waarin de opdrachtgevers van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt zijn ons verder geen gegevens bekend.
Uit de beantwoording van de vorige vraag blijkt dat de mogelijkheden beperkt zijn en dat het altijd een kwestie is van de bereidheid van de aanvrager om een goed resultaat te bereiken.
De financiële mogelijkheden van de gemeente zijn beperkt en de aanvrager/initiatiefnemer moet altijd bereid worden gevonden om mee te werken en voor verdere financiering zorg te dragen. Bijna altijd is er sprake van maatwerk. Bij kleine projecten loont het niet de moeite om heel veel energie te steken in het (laten) realiseren van een verfraaide schutting. Bij grote projecten op belangrijke plekken in de stad, waar de gemeente zelf ook een belang heeft, zien de initiatiefnemers zelf vaak ook het belang in om, samen met de gemeente, tot een nette oplossing te komen als visitekaartje voor de ontwikkelaar en de stad. Wijnhaven en Spuimarkt zijn het resultaat van goed vooroverleg. Dit sterkt ons in de overtuiging dat het gevoerde beleid zijn uitwerking heeft gehad. Om potentiële opdrachtgevers nog meer te stimuleren zal vanuit de dienst OCW/afdeling Cultuur aan hen een handreiking worden gedaan in de vorm van suggesties en mogelijkheden, die kunnen variëren van het adres van een individuele (graffitti) kunstenaar, tot samen met het Koorenhuis een schoolklas betrekken bij het kunstwerk of een advies van Stroom. Ook bij de inzet van instellingen, opleidingen en kunstenaars zal sprake moeten zijn van maatwerk. Zo is bij het project voor de Spuimarkt ook gebruik gemaakt van kunstenaars en van kindertekeningen van scholen.
Vaak willen opdrachtgevers de schutting gebruiken voor acquisitiedoeleinden en kiezen dan voor een thema die past bij het project. Maar wij zullen bij het vooroverleg het thema recht en vrede zeker als één van mogelijkheden meegeven.
- Wij zijn hiertoe bereid. Zie bij de beantwoording van vraag drie.
- In de reclamenota is hiervoor een regeling getroffen. De reclame-uitingen mogen maximaal 1m² bedragen.
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen