VVD Den Haag

Antwoorden Theeschenkerij Clingendael

9-aug-2006    De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie wil dat de Theeschenkerij Clingendael blijft voortbestaan. De theeschenkerij blijkt moeilijk te exploiteren. De liberalen vragen het college zich in te spannen voor het behoud van deze voorziening. Hierna ook de reactie van B&W.

Persbericht

Den Haag, 9 augustus 2006

VVD op de bres voor Theeschenkerij Clingendael

De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie wil dat de Theeschenkerij Clingendael  blijft voortbestaan. De theeschenkerij blijkt zo moeilijk te exploiteren te zijn dat sluiting dreigt. Een mogelijke oorzaak zou zijn ruimtegebrek. Het Nederlands Instituut voor Internationale betrekkingen "Clingendael", dat hoofdhuurder is, heeft voor uitbreiding van de eigen kantoorruimte een gedeelte van de oorspronkelijke ruimte van de theeschenkerij in gebruik moeten nemen.

De liberalen vragen het college nader onderzoek te doen naar de exploitatieproblemen van de theeschenkerij. Zij willen weten of ruimtegebrek daarvan inderdaad de oorzaak is. De VVD vraagt ook van het college zich in te spannen samen met het Instituut Clingendael een oplossing te zoeken voor de problemen van de theeschenkerij.

VVD-raadslid Marian Propstra: "De theeschenkerij is een belangrijke voorziening èn ontmoetingspunt. Oudere buurtbewoners en overige Hagenaars, maar ook de vele binnenlandse en buitenlandse bezoekers komen hier graag. Daarom moet de theeschenkerij openblijven. De betrokken partijen moeten met elkaar tot een oplossing zien te komen."

Voor nadere informatie:
Marian Propstra (raadslid), tel. 06 – 22 68 28 13

~~~~~~~~~

Vragen

Aan de voorzitter van de gemeenteraad

Den Haag,  9 augustus 2006

Het landgoed Clingendael is sinds 1954 eigendom van de gemeente Den Haag en is vanaf dat moment opengesteld voor het publiek. De gemeente heeft bezoek aan het park bevorderd onder meer door het voorzien van de speelweide van diverse speeltoestellen voor de kinderen, een verplichte openstelling van de boerderij voor het publiek en het zorgen voor een extra toegang naar het landgoed door de aanleg van een voetgangersbrug en een wandelpad. Het landgoed trekt jaarlijks veel bezoekers uit binnen- en buitenland. Ook veel wijkbewoners, met name ouderen en moeders met kinderen, bezoeken het park regelmatig.

Op het landgoed bevindt zich een theeschenkerij die een belangrijke voorziening en ontmoetingspunt vormt. De gemeente verhuurt het landhuis en de theeschenkerij aan het Nederlands Instituut voor Internationale betrekkingen "Clingendael". De theeschenkerij wordt in onderhuur geëxploiteerd.

Omdat de theeschenkerij - naar verluidt- niet sluitend is te exploiteren, wordt het voortbestaan ervan bedreigd. Vanaf het moment dat hierover signalen naar buiten kwamen zijn er veel verontruste reacties gekomen. Zo zijn er in korte tijd al 3000 handtekeningen ingezameld voor behoud van de theeschenkerij. 

Onder verwijzing naar artikel 35 van het Reglement van Orde heeft de VVD-fractie de volgende vragen:

  1. Is het college op de hoogte van het feit dat het voortbestaan van de theeschenkerij van landgoed Clingendael wordt bedreigd door een –naar verluidt- niet sluitende exploitatie? 
  2. Is het college het met de VVD eens dat het landgoed Clingendael, dat een belangrijke en door de gemeente gestimuleerde publieksfunctie heeft, moet kunnen beschikken over een goed te exploiteren restaurant? Zo neen, waarom niet? Vindt het college ook niet –net als de VVD- dat hier des te meer behoefte aan is omdat er in de omgeving van het landgoed geen restaurants zijn. Zo neen, waarom niet?
  3. Is het college bereid te onderzoeken waarom de theeschenkerij geen sluitende exploitatie heeft en wil het college hierbij ook de voor de theeschenkerij beschikbare ruimte betrekken? Zo neen, waarom niet?
  4. Is het college bereid zich in te spannen om samen met Instituut Clingendael en de exploitant CD Partyservice tot een oplossing te komen en verhuurder te houden aan de in de huurovereenkomst opgenomen verplichting het theehuis te exploiteren (art.3  lid 1,2 en 3). Zo neen, waarom niet?

VVD-fractie,

Marian Propstra

~~~~~~~~~~

Antwoorden

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 12 september 2006 als volgt beantwoord:

  1. De Theeschenkerij is een waardevolle aanvulling op hetgeen het park Clingendael aan de bezoekers te bieden heeft en voorziet duidelijk in een behoefte. Het is ons bekend dat de uitbater van de theeschenkerij heeft aangegeven niet tot een kostendekkende exploitatie te kunnen komen, omdat zij meent te zeer beperkt te worden door de omvang van de haar ter beschikking staande bedrijfsruimte en de voorwaarden die zijn gesteld aan de serviceverlening aan de parkbezoekers. Voor de exploitante vinden wij dit een vervelende ontwikkeling.
  2. Er is destijds in overleg met de wijkvereniging bewust voor gekozen in Clingendael een bescheiden horecavoorziening te hebben waar iets kan worden gedronken en een versnapering genoten kan worden, ondersteunend aan het parkbezoek. De beperkingen die aan de exploitatie van de Theeschenkerij gesteld worden, zijn destijds via instituut Clingendael (de contractpartner van de gemeente) aan de huidige exploitante bekend gemaakt, die mede op basis daarvan de exploitatie is gestart.
    Een meer uitgebreide horecavoorziening , zoals een restaurant, die uit zichzelf een publieksaantrekkende werking heeft, wordt hier niet wenselijk geacht. Dit neemt niet weg dat wij van mening zijn dat er een zekere balans zal moeten zijn tussen hetgeen parkbezoekers verwachten aan restauratieve voorzieningen en hetgeen wordt c.q. kan worden aangeboden. Op zich zijn wij niet tegen een theeschenkerij met iets meer mogelijkheden en zijn wij bereid om in overleg met betrokkenen hiernaar onderzoek te doen.
    Daarbij hebben wij wel te maken met een lopend contract en liggen er begrenzingen in vergunningen en bestemming die door de gemeente Wassenaar worden bepaald.
  3. Hoewel Clingendael een stadspark is, waarin vele functies denkbaar zijn, vinden wij dat op grond van de kwaliteit van het groen (eeuwenoude bomen, de Japanse tuin, de uitleg) de natuurbelevening in dit prachtige park voorop moet staan. Wij willen het park niet belasten met te veel functies die de rust in het park verstoren.
    Hoewel er inderdaad in de omgeving weinig restaurants zijn, vormt dit voor ons geen aanleiding om voor een restaurant te kiezen.
  4. In het antwoord op vraag 2 is vermeld, dat wij bereid zijn om in overleg met betrokkenen onderzoek te doen naar een Theeschenkerij met iets meer mogelijkheden. Het al dan niet sluitend krijgen van de exploitatie door de uitbater van de Theeschenkerij vormt daarbij niet het doel. Zoals aangegeven is de contractpartner voor de gemeente instituut Clingendael. Deze heeft recent nog verzekerd (ook) voor wat betreft de Theeschenkerij aan de verplichtingen uit de huurovereenkomst te zullen voldoen. Binnen deze overeenkomst is het aan het instituut toegestaan de feitelijke exploitatie op te dragen aan een externe cateraar. De gemeente heeft met de exploitant van de Theeschenkerij geen contractuele relatie. De kwestie van wel/ geen voldoende bedrijfsruimte is een zaak tussen huurder en cateraar. Hierbij zij opgemerkt, dat de cateraar bij aanvang van de exploitatie wist over welke bedrijfsruimte zij kon beschikken. Dit zelfde geldt ook, zoals dat in de overeenkomst met Clingendael heet, ten aanzien van de voorwaarden met betrekking tot de “serviceverlening aan parkbezoekers”. Deze voorwaarden zijn in het contract met instituut Clingendael aanzienlijk verruimd ten opzichte van de overeenkomst die was aangegaan met de voorganger van het instituut. Bij het bepalen van de serviceverleningsvoorwaarden in het nieuwe contract is ook advies gevraagd bij de wijkvereniging Benoordenhout. Bij de begrenzing van de exploitatiemogelijkheden heeft de stem van de wijkvereniging nadrukkelijk een rol gespeeld.
  5. Zoals in het antwoord op de vorige vraag al is aangegeven, is er geen sprake van dat het instituut zich niet aan de overeenkomst houdt. Wij menen, dat de problematiek bij de exploitatie van de Theeschenkerij in eerste instantie door de cateraar zelf tot een oplossing gebracht moet worden.
    De omvang van de bedrijfsruimte kan een punt van onderhandeling zijn tussen het instituut en exploitant van de Theeschenkerij. Naar wij begrepen hebben verkeert de aanzet tot onderhandelingen in de fase van correspondentie.
    In het antwoord op vraag 2 hebben wij reeds kenbaar gemaakt, dat wij bereid zijn te bezien of er binnen de genoemde voorwaarden en afspraken, mogelijkheden zijn voor een exploitatie met iets meer mogelijkheden.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,                                                                          de burgemeester,

D.M.F. Jongen                                                                          W.J. Deetman

Abonneren op de nieuwsbrief

Meld u nu aan en ontvang wekelijks het laatste nieuws van de VVD Den Haag.