VVD Den Haag

Reactie B&W over "onvindbaar steunpunt woonoverlast"

16-aug-2007    De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie is verbaasd dat het vorig jaar opgerichte steunpunt woonoverlast onvindbaar is. De gemeente laat huiseigenaren en particuliere huurders onnodig in de kou staan. Hieronder ook de reactie van B&W naar aanleiding van de VVD-vragen.

Persbericht

Den Haag, 15 augustus 2007

VVD: Steunpunt woonoverlast onvindbaar

De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie is verbaasd dat het vorig jaar opgerichte steunpunt woonoverlast onvindbaar is. De gemeente laat huiseigenaren en particuliere huurders onnodig in de kou staan.

De liberalen vinden dat het college op zéér korte termijn alle informatie over het steunpunt woonoverlast nadrukkelijk onder de aandacht van huiseigenaren en particuliere huurders moet brengen. Zo is bijvoorbeeld het telefoonnummer van het steunpunt (070 - 353 40 65) nergens op de gemeentelijke website te vinden.

Bart de Liefde: “Het is onbegrijpelijk dat een steunpunt voor mensen die ernstige overlast van hun buren ondervinden, onvindbaar is. De gemeente heeft een ‘steun’punt waarvan niemand het bestaan kent en waarover nergens informatie te vinden is! Hoe vreemd is dat?”

Volgens wethouder Norder zou het steunpunt woonoverlast sinds 1 januari 2007 volledig operationeel zijn, maar huiseigenaren en particuliere huurders die vragen hebben over ernstige woonoverlast kunnen nergens informatie over het steunpunt vinden. Ook bij het gemeentelijk Contactcentrum is het steunpunt onvoldoende bekend.

De Haagse VVD-fractie pleit al sinds 2005 voor een steunpunt woonoverlast. De gemeenteraad steunde toen het VVD-voorstel om € 200.000 uit te trekken voor de oprichting van het steunpunt.

VVD-raadslid Bart de Liefde: “De gemeente hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden. In Rotterdam hebben ze veel kennis opgedaan met een succesvol meldpunt woonoverlast. Wethouder Norder kan zo bij zijn Rotterdamse collega langs om te zien hoe het wèl moet.”


Voor nadere informatie:
Bart de Liefde (raadslid), tel. 070 - 353 37 26

~~~~~~~~~~

Vragen

Aan de voorzitter van de gemeenteraad

Den Haag, 15 augustus 2007 

In de “voortgangsrapportage extreme woonoverlast” (RIS 140248) wordt ingegaan op het meldpunt onrechtmatig wonen. Dit dient te worden uitgebouwd tot een centrale plek binnen de gemeente waar huurders en eigenaars terecht kunnen met vragen over (extreme) woonoverlast.

Tijdens de behandeling van het beleidsstuk in de raadscommissie SRO op 27 september 2006 liet wethouder Norder weten dat hij verwacht dat het steunpunt in oktober 2006 operationeel en de backoffice vanaf 1 januari 2007 actief zou zijn. Ook gaf de wethouder tijdens de vergadering aan het met de VVD eens te zijn dat het steunpunt woonoverlast actief onder de aandacht van de Hagenaars gebracht moet worden.

Bijna een jaar na de toezegging van de wethouder blijkt dat het telefoonnummer van het steunpunt woonoverlast niet op de website van de gemeente te vinden is en bij het gemeentelijk contactcentrum is het bestaan van het steunpunt onvoldoende bekend.

Op grond hiervan en conform artikel 38 van het Reglement van Orde heeft de VVD-fractie de volgende vragen:

  1. Is het college bereid op zéér korte termijn alle informatie over het steunpunt woonoverlast, zoals telefoonnummer (070 – 353 40 65), procedure, klachtenformulier en doelgroep, duidelijk vindbaar op de gemeentelijke website te plaatsen? Zo nee, waarom niet?
  2. Op welke manier is het college verder voornemens het steunpunt woonoverlast onder de aandacht van de Hagenaars te brengen?
  3. Waarom heeft het college nagelaten het steunpunt woonoverlast al begin dit jaar duidelijk vindbaar op de gemeentelijke website te zetten en zijn medewerkers van het gemeentelijke contactcentrum onvoldoende op de hoogte van het bestaan en doel ervan?
  4. Is het college bereid nog dit jaar een voortgangsrapportage aan de raad te sturen met betrekking tot de aanpak van extreme woonoverlast bij de sociale èn particuliere woonsector? Zo nee, waarom niet?

VVD-fractie, 

Bart de Liefde

~~~~~~~~~~

Antwoorden

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 25 september 2007 als volgt beantwoord:

  1. Ja, dit maakt onderdeel uit van de communicatiestrategie voor het meld- en steunpunt woonoverlast. Zodra het meld- en steunpunt woonoverlast in oktober volledig is bemenst zal er gecommuniceerd worden. Vanzelfsprekend wordt ook de gemeentelijke website aangepast.
    Op de website zal nadere informatie over het meld- en steunpunt woonoverlast te vinden zijn. Er komt ook een mogelijkheid om een melding via de e-mail te doen.
  2. Ter gelegenheid van de officiële opening zal het meld- en steunpunt woonoverlast nader onder de aandacht worden gebracht bij het grote publiek. Via persberichten en advertenties in de lokale media, het verspreiden van een informatiebrochure en door het actief benaderen van buurtorganisaties wordt aandacht gevraagd voor het meld- en steunpunt woonoverlast. Foldermateriaal zal actief beschikbaar worden gesteld aan maatschappelijke intermediars en aan organisaties die raakvlakken hebben met het meld- en steunpunt woonoverlast, zoals het bureau bemiddeling en mediation en de stadsdeelkantoren.
  3. Er is bewust voor gekozen om pas naar buiten te communiceren als de organisatie helemaal staat. Per 1 oktober 2007 start de nieuwe projectleider. In afwachting van een volledige bemensing van het meld- en steunpunt woonoverlast hebben de medewerkers van het meldpunt onrechtmatig wonen al sinds eind 2006 klachten over woonoverlast in behandeling genomen. De ervaringen waren positief, zelfs in deze bescheiden vorm bleek het mogelijk een aantal ernstige overlastsituaties op te lossen. Vanaf die tijd is gewerkt aan de inrichting van de backoffice, het voeren van overleg en het maken van werkafspraken met instanties die betrokken zijn bij de afhandeling van meldingen woonoverlast. Telefonische meldingen gaan binnen komen bij het gemeentelijk contactcentrum, die de meldingen invoeren en doorgeven aan het meld- en steunpunt. In de afgelopen periode is tevens gezocht naar structurele financiering om het meld- en steunpunt ook op lange termijn adequaat te kunnen laten functioneren. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is de werving en selectie van de nieuwe projectleider moeizaam verlopen. Wij realiseren ons dat de inrichting van het meld- en steunpunt woonoverlast enige tijd heeft geduurd. Wij betreuren dat. Wij hadden graag gezien dat het meld- en steunpunt eerder operationeel zou zijn geweest. Zoals hierboven al is aangeven heeft de vertraging niet tot gevolg gehad dat klachten van woonoverlast onbehandeld zijn gebleven. Vanaf oktober staat er een organisatie die wij in staat achten om de problematiek rond woonoverlast in Den Haag goed aan te pakken.
  4. Ja , deze rapportage ontvangt u gezamenlijk met de beantwoording van deze vragen (zie hieronder).

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram W.J. Deetman

~~~~~~~~~~

Voortgangsrapportage

Algemeen kader

U heeft naar aanleiding van beraadslaging over een 10 puntenplan van de VVD-fractie in 2005 gevraagd om voor de aanpak van extreme woonoverlast een steunpunt extreme woonoverlast in te stellen.

In de voortgangsrapportage (extreme) woonoverlast aan Raadscommissie SVB in september 2006 (RIS 140248) en in de bespreking met de commissie op 27 september 2006 (RIS 140304CV_29-NOV-2006) heb ik u al toegezegd dat het gevraagde meldpunt er komt in combinatie met het bestaande meldpunt onrechtmatig wonen bij de directie BTD. Hierbij informeren wij u nader over de aanpak van (extreme) woonoverlast via een meld-en steunpunt extreme woonoverlast.

Voor de aanpak van extreme woonoverlast op het beleidsterrein wonen heeft u bij amendement in 2005 voor de begroting 2006 € 200.000 gereserveerd. In 2006 heeft u in aanvulling hierop op de begroting 2007 € 100.000 beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van de steunfunctie bij het meldpunt.

De aanpak van extreme woonoverlast past in het streven van het college om huisuitzettingen zoveel mogelijk te beperken. Daarom hebben wij in 2006 en begin 2007 een deel van dit budget (€ 100.000) gebruikt voor een pilot vermindering huisuitzettingen in de wijken Morgenstond en Laak/Spoorkwartier. Deze pilot is inmiddels door Research voor Beleid geëvalueerd. U kunt onze conclusies naar aanleiding van het onderzoek binnenkort tegemoet zien. Het resterende budget hebben wij ingezet voor de oprichting en exploitatie van het meld-en steunpunt (extreme) woonoverlast.

Aanpak van (extreme) woonoverlast via een meld-en steunpunt (extreme) woonoverlast

Inmiddels heeft het meld-en steunpunt (extreme) woonoverlast verder vorm gekregen en is een bestaand systeem aangepast voor de bewaking van de meldingen. Bij de aanpak maken we onderscheid tussen het ‘frontoffice’ bij het huidige Meldpunt Onrechtmatig Wonen waar overlasthebbers hun melding kunnen doen en het zogenaamde “backoffice”in de stadsdelen waar de afhandeling van de klachten plaats vindt.

Het huidige Meldpunt Onrechtmatig Wonen wordt daartoe omgevormd tot het nieuwe meld-en steunpunt (extreme) woonoverlast. Hier kunnen overlasthebbers hun klacht kwijt en ontvangen ze advies. Huurders van corporatiewoningen worden in eerste instantie naar de corporatie doorverwezen. Woningeigenaren, zowel de corporaties als de particuliere , hebben namelijk de wettelijke plicht om de huurders “goed woongenot” te bieden. De afhandeling van de klachten vindt plaats in het zogenaamde ‘backoffice’ in de stadsdelen.

Telefonische en elektronische meldingen komen via het Gemeentelijk Contact Centrum binnen. Op afspraak is er gelegenheid tot persoonlijk contact.

Bij de inrichting van het meld-en steunpunt is ook de ontwikkeling van de steunfunctie betrokken. De belangrijkste steun die overlasthebbers ontvangen is uiteraard het feit dat er gewerkt wordt aan het wegnemen van de overlast en dat zij daarover worden geïnformeerd. Voor de overlasthebber is ook belangrijk dat hij/zij ‘gehoord’ wordt en advies krijgt wat hij/zij kan doen. De steunfunctie wordt geleidelijk ingevuld aan de hand van opgedane ervaring. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande dienstverlening.

Het Meldpunt Onrechtmatig Wonen handelt op dit moment al klachten over extreme woonoverlast af. Hieraan is gezien de voorlopige inrichting geen bekendheid gegeven. Tot nu toe is er met als invalshoek (extreme) woonoverlast een dozijn meldingen geweest die binnenkwamen via bestaande kanalen. Deze variëren van een eenvoudige burenruzie tot het gebruik van geweld en intimidatie. Het betrof 3 eigenaarbewoners, 5 corporatiehuurders en 4 huurders van particulieren, waarvan de helft afkomstig uit stadsdeel Centrum. In deze gevallen is met succes aan overlastbeperking gewerkt: 3 overlastmeldingen zijn opgelost en 9 zijn nog in behandeling.

Te verwachten valt dat de problematiek groter is dan het aantal binnengekomen meldingen doet vermoeden. Dat blijkt uit diverse gegevens van allerlei partijen zoals politie, corporaties, Bemiddeling & Mediation en signaleringsoverleggen. In Utrecht worden door casemanagers circa 600 gevallen per jaar behandeld. Dit zijn de gevallen waar de politie al inspanningen heeft verricht tot conflictbeheersing.

De samenwerking tussen meld- en steunpunt extreme woonoverlast en anderen

Bij de voorbereiding is gebleken dat de aanpak vanuit één meldpunt in overleg met andere partijen effectief kan zijn. Voor de burgers van Den Haag en de diverse partijen in de stad ontstaat een duidelijk herkenbaar centraal punt. Het meld- en steunpunt extreme woonoverlast regisseert en registreert, bewaakt de voortgang van de binnengekomen klachten. en krijgt daarmee een 'spin in het web' functie. De corporaties zullen ieder jaar een overzicht bieden van bij hen geregistreerde overlastmeldingen en de afhandeling daarvan.

Er zijn afspraken gemaakt over de aanpak van extreme woonoverlast via bestaande overlegsituaties. De aanpak van de overlast(gever) loopt in de praktijk in eerste instantie al vaak via de politie, de corporaties, en Bemiddeling & Mediation. In het vervolg worden de bestaande signaleringsoverleggen en pandenoverleggen ingeschakeld.
De bestaande signaleringsoverleggen , die oorspronkelijk zijn ingesteld voor begeleiding van zorgwekkende zorgmijders gaan nu ook overlastgevers met meervoudige psychosociale problemen behandelen. Uit ervaringen elders blijkt dat een grote meerderheid van de overlastgevers tot deze groep behoort. In deze overleggen komen ook casussen aan de orde, die door de complexiteit van de problematiek door corporaties niet afdoende kunnen worden afgehandeld. De GGD zorgt voor een “profiel” van overlastgevers met meervoudige problematiek. De pandenoverleggen zullen zich bezig houden met overlastgevers die een “stevige” bestuurlijke aanpak vergen. Het meldpunt zorgt voor een goede routing van de casussen. In de praktijk zal worden bezien of deze werkwijze effectief is bij de aanpak van extreme woonoverlast.

Organisatie en financiering

In afwachting van de aanstelling van een projectleider zijn klachten over (extreme) woonoverlast behandeld door de medewerkers van het Meldpunt Onrechtmatig Wonen. Het meld-en steunpunt extreme woonoverlast is binnenkort volledig operationeel. Daarom zal er nu ook meer publiciteit worden ontwikkeld. Daar hoort ook de publiciteit rond de officiële opening bij. De werving en selectie van de projectleider heeft langer geduurd dan oorspronkelijk was voorzien. De projectleider van het meld-en steunpunt extreme woonoverlast treedt per 1 oktober in dienst.

Het meld- en steunpunt wordt dit jaar zoals eerder al is aangegeven gefinancierd uit de door u ter beschikking gestelde gelden. Voor 2008 en volgende wordt dekking gevonden via een herprioritering binnen bestaande handhavingsmiddelen. Daarmee is continuïteit gewaarborgd.

In de praktijk zal het College de afhandeling van klachten goed volgen en zo nodig van nadere waarborgen voorzien. Ambtelijk krijgt de nieuwe projectleider van het meld-en steunpunt hierbij een leidende rol. Voor de begeleiding van het meld-en steunpunt extreme woonoverlast én de samenwerking met de andere betrokkenen is een begeleidingsgroep samengesteld. Daaraan nemen behalve gemeentelijke diensten ook contactpersonen van Bemiddeling & Mediation, en de corporaties deel. Op termijn kunnen ook andere partijen deelnemen, bijvoorbeeld namens particuliere verhuurders.

Bij de daadwerkelijke aanpak van klachten ontstaat inzicht in aard en omvang van extreme woonoverlast in Den Haag en de mogelijkheden van aanpak. Zo wordt geleidelijk expertise opgebouwd die nodig is in de Haagse situatie. Met het instellen van een meldpunt en de aanstelling van een projectleider worden de diverse vormen van aanpak van (extreme) woonoverlast op een natuurlijke manier met elkaar verbonden en ontstaat inzicht in de benodigde aanpak van woonoverlast.

Doorontwikkeling aanpak extreme woonoverlast

Op dit moment is nog onzeker hoe groot het aantal gevallen van extreme woonoverlast zal zijn, en hoe bewerkelijk de aanpak van de meldingen zal worden. Het meldpunt zal daarom de aard en omvang van de klachten en de aanpak ervan in beeld brengen, zodat ook u de ontwikkeling kunt volgen. De eerste periode van het meldpunt heeft een sterk pilot-achtig karakter. De werkwijze van het meld- en steunpunt en het functioneren van de verschillende trajecten van de backoffice worden regelmatig geëvalueerd en zo nodig verder ontwikkeld en verfijnd.

Een mogelijk risico is dat overlasthebbers te grote verwachtingen hebben van de aanpak van de extreme overlast en de mate van ondersteuning. In de communicatie zullen we daarom aangeven waar klagers op kunnen rekenen. Een ander risico ligt in de aanpak van overlast zelf, vooral als het mensen betreft die niet voor rede vatbaar zijn. Ook in de particuliere sector en in privacygevoelige kwesties zal het moeilijker worden. Soms zijn oplossingen (nog) niet voor handen. Voor een aantal casussen zal hoogstens een gedeeltelijke oplossing mogelijk zijn. Door de projectleider en andere betrokkenen zullen deze situaties worden geëvalueerd. Zonodig worden nieuwe instrumenten voorgesteld en beproefd.

Ik zal u begin 2008 opnieuw informeren over de resultaten van de aanpak van extreme woonoverlast in Den Haag in 2007 met de kanttekening dat het meldpunt in 2007 maar een deel van het jaar volledig operationeel is.

Met vriendelijke groet,
de wethouder van Bouwen en Wonen,

Marnix Norder

Je kunt reageren op dit artikel, maar wij behouden ons het recht voor om reacties te bewerken of te verwijderen.

 
Uw naam
E-mailadres
Uw reactie
 

Abonneren op de nieuwsbrief

Meld u nu aan en ontvang wekelijks het laatste nieuws van de VVD Den Haag.