Vragen
Aan de voorzitter van de gemeenteraad
Den Haag, 20 januari 2005
- Is het juist dat in het vigerende bestemmingsplan Scheveningen Haven aan de kantine Visafslag een maatbestemming is gegeven?
- Is het juist dat een nadere omschrijving van het begrip kantine visafslag ontbreekt in het bestemmingsplan?
- De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 20 december 2004 geoordeeld dat vast staat dat de kantine visafslag sinds jaar en dag in de ochtenduren is opengesteld voor het publiek, dat de kantine al sinds de jaren ’60 in de middag- en avonduren wordt gebruikt voor vergaderingen en presentaties waarbij eten en drank wordt geserveerd en er eveneens en recepties, bruiloften en partijen plaatsvinden. Voortzetting van deze activiteiten op een vergelijkbare schaal als in het verleden wordt door de rechter niet in strijd geacht met het bestemmingsplan. De rechter ziet dan ook niet in dat een vergunning voor een recreatie inrichting onder voorschriften niet verleend zou kunnen worden. Het college heeft echter verklaard dat de bedoelde vergunningaanvraag buiten behandeling is gesteld vanwege planologische redenen. Is dit juist?Zo ja, welke planologische redenen zijn hier in het geding?
- Is het college van mening dat gelet op de uitspraak van de rechter de vergunning verleend zal moeten worden? Zo nee, waarom niet?
- Volgens het bestemmingsplan Scheveningen Haven mogen bestaande bedrijven en horeca-inrichtingen met een maatbestemming niet alleen blijven zitten, maar zelfs uitbreiden is dit juist?
- In de voortgangsrapportage Structuurvisie Horeca 2003 wordt ten aanzien van het Noordelijk Havenhoofd gesteld dat hier in beginsel uitbreiding van horeca kan worden toegestaan. Is dit juist? Zo nee, waarom niet en zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de behandeling door de gemeente van de kantine Visafslag?
- Is het juist dat de gemeente de afgelopen jaren diverse malen de kantine heeft afgehuurd voor verschillende gelegenheden en gebruik heeft gemaakt van de diensten van Kantine Visafslag? En dat verschillende wethouders bij in de kantine georganiseerde activiteiten aanwezig waren? Zo ja, hoe valt dit te rijmen met het weigeren van vergunningen en opleggen van dwangsommen door dezelfde gemeente?
- Deelt het college onze mening dat een initiatief als kantine Visafslag kan bijdragen aan een imagoverbetering van dit deel van de Scheveningse Haven? Zo nee, waarom niet?
- Heeft het college onderzocht of een initiatief als Kantine Visafslag mee kan worden genomen in de planontwikkeling voor het Noordelijk Havenhoofd? Zo nee, waarom niet? En zo ja, wat was de uitkomst van dat onderzoek?
- Deelt het college onze mening dat initiatiefrijke ondernemers als de huidige exploitanten van de Kantine Visafslag gestimuleerd dienen te worden in plaats van tegengewerkt?
Haagse Stadspartij Politieke Partij Scheveningen VVD
Joris Wijsmuller Cock Jol Thessa Oosterholt-Eekhout
~~~~~~~~~~
Antwoorden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 29 maart 2005 als volgt beantwoord:
-
Ja.
-
Ja.
-
Er worden hier twee zaken door elkaar gehaald, te weten de weigering bouwvergunning en de dwangsomaanschrijving.
Bouwvergunning
Bij besluit van 10 juni 2003 is bouwvergunning geweigerd voor het inwendig veranderen van de kantine van de Visafslag tot horecavoorziening wegens strijd met het bestemmingsplan. Het bezwaarschrift tegen deze weigering is ongegrond verklaard. De uitbater heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Het beroepschrift is door de rechtbank ongegrond verklaard. De uitbater heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. In zijn uitspraak van 3 maart 2005 heeft de Raad van State de uitbater niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. De uitbater heeft in zijn beroepschrift de gronden van het beroep niet aangegeven. De Raad van State heeft appellant tweemaal in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen. De uitbater heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Dwangsomaanschrijving
De bouwvergunning is terecht geweigerd. De uitbater probeert nu via een andere manier de kantine toch als café-restaurant/feestzaal te exploiteren. Deze andere manier van exploiteren is in strijd met artikel 114 APV en het beleid. Daarom hebben wij een dwangsom opgelegd. Hiertegen heeft de uitbater een bezwaarschrift ingediend en een voorlopige voorziening aangevraagd. Op 20 december 2004 heeft de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De omschrijving van de last in het dwangsombesluit was zijns inziens te onduidelijk en daarmee strijdig met de rechtszekerheid. In het kader van de heroverweging is de dwangsomaanschrijving aangepast met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank.
Naar aanleiding van de opmerking van de rechtbank dat de kantine al sinds de jaren zestig regelmatig in het middag- en avonduren wordt gebruikt voor enerzijds activiteiten als vergadering en presentaties waarbij ook eten en drinken werd gereserveerd en anderzijds voor recepties, bruiloften en partijen merken wij het volgende op.
Uit onderzoek is gebleken dat er onder de vorige exploitant gemiddeld 15 activiteiten per jaar plaatsvonden gerelateerd aan Scheveningen Haven. Gezien de uitspraak van de rechter kunnen activiteiten met een niet-commercieel karakter, welke ondergeschikt en ondersteunend zijn aan de kantinefunctie, op een vergelijkbare schaal als in het verleden worden toegestaan aan de huidige uitbater. Dat wil zeggen besloten vergaderingen, recepties, ontvangsten Scheveningen Haven (bijvoorbeeld Vlaggetjesdag).
De opzet van de huidige uitbater is, in tegenstelling tot de vorige exploitanten, gericht op een meer commercieel aanbod en op functies welke niet ondergeschikt en ondersteunend zijn aan de kantinefunctie én op grotere schaal. Het exploiteren op deze manier is in strijd met artikel 6 lid 3 onder c van de voorschriften van het bestemmingsplan Scheveningen Haven.
Nee. Een vergunning op grond van artikel 57 APV is gekoppeld aan het ter plekke vigerende bestemmingsplan. Indien er planologische bezwaren kleven aan de vestiging van een recreatie-inrichting wordt een aanvraag om vergunning niet in behandeling genomen. De bouwvergunning is terecht geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan. De aanvraag om een artikel 57 APV vergunning is dan ook terecht niet in behandeling genomen.
Verder willen wij u erop attent maken dat de uitspraak in een voorlopige voorziening een voorlopig oordeel is en geen definitief oordeel.
Dat is onjuist.
In het kader van de voortgangsrapportage Structuurvisie Horeca 2003 is voorgesteld Scheveningen Haven aan te wijzen als uitgaansgebied. Echter de ruimte die het geldende bestemmingsplan aan horeca toestaat wordt niet vergroot. Alleen bij uitzondering wordt een horecavestiging mogelijk gemaakt. Het Noordelijk Havenhoofd inclusief het gebouw de Visafslag is, in afwachting van de resultaten van de haalbaarheidstudie met betrekking tot een integrale aanpak vooralsnog hiervan buitengesloten.
Een aantal gemeentelijk diensten heeft gebruik gemaakt van de kantine voor het houden van informatiebijeenkomsten en recepties. Bij enkele grotere evenementenm zoals een besloten borrel/receptie na Vlaggetjesdagconcert en in het kader van North Sea Regatta, waren enkele wethouders aanwezig. Onzes inziens valt dit te rijmen met het weigeren van een bouwvergunning en het opleggen van een dwangsom.
De bouwvergunning voor de wijziging van kantine in café-restaurant/recreatie-inrichting is geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan. Voor de duidelijkheid: het houden van recepties en informatiebijeenkomsten is geen restaurantfunctie. De reden voor de dwangsom is gelegen in de opzet van de huidige uitbater, zoals aangegeven in atwoord op vraag 3, die strijdig is met het bestemmingsplan.
Nee er is niets mis met het imago van dit deel van de haven. Een imagoverbetering is niet alleen afhankelijk van een initiatief zoals van de kantine Visafslag.
Op verzoek van de raadscommissie is het gebouw de Visafslag meegenomen met de planontwikkeling van het Noordelijk Havenhoofd. Door het Landbouw Economisch Instituut is, in opdracht van de gemeente, onderzoek gedaan naar de perspectieven en de concurrentiepositie van de Vissershaven Scheveningen en de Visafslag. Het onderzoek is besproken in de commissie MSSS. Uit het onderzoek is gebleken dat er potentie en perspectief is voor de vissector in Scheveningen. De inzet blijft om het Noordelijk Havenhoofd inclusief het gebouw de Visafslag (in nauw overleg/samenwerking met de vissector) te herontwikkelen.
Ondernemers dienen zeker gestimuleerd te worden maar wel binnen de grenzen van wettelijke regels.
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
D.M.F. Jongen W.J. Deetman