VVD Den Haag

Reactie op moordonderzoek Parnassia

5-feb-2009    De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie is verbijsterd dat Parnassia weigert mee te werken aan een politieonderzoek naar moorden rond deze psychiatrische instelling. Hierna een reactie op de vragen van de fractie hierover en de vragen, die de VVD-Tweede Kamerfractie over deze kwestie heeft gesteld.

Persbericht VVD-gemeenteraadsfractie

Den Haag, 5 februari 2009

VVD: Houding Parnassia rond moordonderzoek is verbijsterend

De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie is verbijsterd dat Parnassia weigert mee te werken aan een politieonderzoek naar moorden rond deze psychiatrische instelling. De fractie verzoekt de burgemeester om bemiddeling tussen de partijen, teneinde informatie te verkrijgen opdat de politie het onderzoek kan hervatten.

De politie heeft volgens Telegraaf en AD/Haagsche Courant aanwijzingen dat een patiënt van deze instelling mogelijk een meervoudige moordenaar is, maar Parnassia beroept zich op het medisch beroepsgeheim en weigert de meest simpele vragen te beantwoorden. Hierdoor blijft onduidelijkheid bestaan en rijzen er onder buurtbewoners vragen over de veiligheid in de omgeving van de instelling.

Vice-fractievoorzitter Arjen Lakerveld: “Het is al de vraag of het tijdstip van een afspraak –en niet de inhoud ervan– onder het beroepsgeheim valt. Maar het is zeker zo dat een beroepsgeheim doorbroken kan worden als er zwaarwegende redenen zijn en acuut gevaar dreigt. En me dunkt dat dit het geval is als de politie op zoek is naar de dader van meerdere moorden. Trouwens, op grond van de verkregen informatie kan eventueel ook blijken dat de vermeende dader niet de werkelijke dader is.”

De VVD-fractie wil voorts weten of er een protocol is gesloten tussen politie en zorgaanbieders (waaronder Parnassia) voor dit soort situaties. Daarnaast vragen de liberalen het college of de halsstarrige houding van Parnassia niet ten koste gaat van het draagvlak voor psychiatrische centra als Parnassia, middenin een stad of een woonwijk.

 

Voor nadere informatie:
Arjen Lakerveld (raadslid), tel. 06 - 47 88 47 89

~~~~~~~~~~

Vragen VVD-gemeenteraadsfractie

Aan de voorzitter van de gemeenteraad

Den Haag, 5 februari 2009

In de Telegraaf  en AD/Haagsche Courant van hedenmorgen staan alarmerende berichten over een mogelijke meervoudige moordenaar: “Een patiënt van de psychiatrische instelling Parnassia in Den Haag is volgens de politie zeer waarschijnlijk de seriemoordenaar die zeker twee, maar mogelijk vier mensen heeft vermoord door ze te verdrinken. De verdachte loopt echter nog altijd vrij rond omdat de kliniek weigert belangrijke gegevens over de patiënt te verstrekken.”, aldus de Telegraaf. Eerder besteedde de Korpskrant al aandacht aan de kwestie.

In het licht van het voorgaande en onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde heeft onze fractie de volgende vragen:

1.       Is de berichtgeving in de Telegraaf, AD/Haagsche Courant en de Korpskrant juist?

2.       Wanneer is de burgemeester in kennis gesteld van deze informatie en door wie (politie, Parnassia en/of pers)? Is hier sprake van tijdig informeren?

3.       Kunnen burgemeester en politie de veiligheid van burgers voldoende garanderen wanneer buurt en burgers niet in kennis worden gesteld van het op vrije voeten zijn van een mogelijk meervoudige moordenaar? Gaarne een motivatie.

In de AD/HC staat het volgende citaat over de werkwijze van Parnassia: “Ze weigerden de meest summiere informatie te verstrekken,” zegt onderzoeksleider Gijs Folsche. “Zelfs de vraag op welk tijdstip de verdachte patiënt bij zijn behandeling is vertrokken, bleef onbeantwoord.”

4.       Valt het tijdstip van een afspraak volgens het college onder het medisch beroepsgeheim? Zo ja, op welke wijze?

Al zou het tijdstip onder het medisch beroepsgeheim vallen, dan nog is er een uitzonderingsgrond, te weten:

”Er kunnen zwaarwegende redenen zijn om het beroepsgeheim te doorbreken. Dat mag alleen in de volgende gevallen:
* na toestemming van de patiënt zelf
* vanwege een wettelijk voorschrift (bijvoorbeeld de infectiewet).
* bij een conflict van plichten.

In alle situaties dreigt er ernstig gevaar voor derden en is het gevaar niet anders te voorkomen dan door openbaarmaking van gegevens.” (Bron: Website Centrum voor Ethiek en Gezondheid).

5.       Vindt het college dat deze situatie een evident voorbeeld is van genoemde uitzonderingsgrond en dat Parnassia derhalve de betreffende informatie moet vrijgeven?

6.       Vindt het college dat de halsstarrige weigering van Parnassia om mee te werken aan het politieonderzoek ten koste gaat van het draagvlak voor psychiatrische centra als Parnassia middenin de stad en in een woonomgeving?

7.       Ziet de burgemeester kans om alsnog een bemiddelende rol te spelen teneinde een informatieoverdracht van Parnassia naar de politie te bewerkstelligen, opdat een verder onderzoek mogelijk wordt?

8.       Is dit nu typisch een voorbeeld van een zaak die via het opsporingsprogramma TeamWest (nu tijdelijk uit de lucht) onder de aandacht had kunnen worden gebracht?

9.       Zijn er afspraken geformuleerd -al dan niet vastgelegd in een protocol tussen politie en zorgaanbieders (waaronder Parnassia)- over hoe om te gaan met dit soort situaties?

10.   Wat is de standaardwerkwijze van informeren van de burgers in dit type gevallen? Is een procedure als met ontsnapte TBS’ers mogelijk?

 

VVD-fractie,

Arjen Lakerveld

~~~~~~~~~~

Antwoorden B&W van Den Haag

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 17 februari 2009 als volgt beantwoord:

  1. Tussen de genoemde berichten bestaan verschillen. De feiten zoals geschetst in de Korpskrant zijn naar het oordeel van Parnassia correct weergegeven. Uiteraard kan ook het college niet over de genoemde patiëntgegevens beschikken. Over de mogelijke betekenis van deze gegevens voor de strafrechtelijke vervolging kan het college dan ook geen oordeel vellen. Het college is overigens geen partij in het strafrechtelijk onderzoek.
    Het college stelt vast dat de rechtbank heeft beslist dat Parnassia op goede gronden inzage in het betreffende dossier heeft geweigerd. Het gesprek dat de burgemeester, samen met de wethouder WVE heeft gehad met de korpschef, de hoofdofficier van justitie en de directie van Parnassia heeft het college gesterkt in de overtuiging dat Parnassia in deze zaak geen enkele blaam treft.
  2. De burgemeester is te laat in het proces geïnformeerd. De informatie was afkomstig van Parnassia. Dit is uiteraard besproken met de korpschef en de hoofdofficier.
  3. De burgemeester en de politie doen er alles aan om de veiligheid van burgers te waarborgen. Zij maken hierbij gebruik van de hen toegewezen bevoegdheden, uiteraard binnen de kaders van de wet. Waar mogelijk worden buurtbewoners en burgers daarover zo goed mogelijk geïnformeerd.
  4. De vraag wat wel en niet onder het medisch beroepsgeheim valt is niet ter beoordeling aan het college. Wij wijzen erop dat de rechtbank hierover in deze zaak een beslissing heeft genomen.
  5. Zie het antwoord op vraag 4.
  6. Zoals vermeld heeft de rechtbank beslist dat Parnassia op goede gronden inzage in het betreffende dossier heeft geweigerd. Er is dus geen sprake van halsstarrige weigering van Parnassia om mee te werken aan het politieonderzoek.
    Parnassia vervult een cruciale rol bij de behandeling van Haagse burgers met psychische problemen. Daar hoort de opvang van patiënten in de stad bij. Die opvang en behandeling zijn van wezenlijk belang voor de Haagse samenleving en dit wordt naar ons oordeel ook zo gewaardeerd.
  7. Er is geen sprake van een bemiddelende rol aangezien de rechter over deze kwestie reeds heeft beslist. Die beslissing dient te worden gerespecteerd.
    Wel heeft op initiatief van de burgemeester, in aanwezigheid van de wethouder WVE, een gesprek plaatsgevonden met Parnassia, de politie en het Openbaar Ministerie. Daarbij is van alle zijden benadrukt dat de kwestie geen enkel gevolg heeft voor de relatie tussen politie en Parnassia. Die is goed en blijft goed.
  8. Nee, deze zaak kwam volgens de politie niet voor Team West in aanmerking.
  9. Nee. In de beschreven situaties is strafrechtelijk onderzoek verricht op basis van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. Er bestaan wel diverse protocollen tussen Parnassia en de Politie. Zo zijn er protocollen rond de informatie-uitwisseling bij de aanpak van Veelplegers en voor het verlenen van bijstand bij agressie in de zorginstellingen.
  10. Er is geen standaard werkwijze voor het informeren van burgers. Afhankelijk van de situatie wordt door het Openbaar Ministerie en de politie, danwel in de Driehoek besloten of en zo ja op welke wijze burgers worden geïnformeerd.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,                                                                          de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram                                                                 J.J. van Aartsen

~~~~~~~~~~

Vragen VVD-Tweede Kamerfractie

Van de leden Teeven en Van Miltenburg (VVD) aan de ministers van Justitie en van Volksgezondheid over de omvang van het verschoningsrecht voor medici (art. 218 WvSv)

(dagblad de Telegraaf, p.1, ‘Moordenaar ongrijpbaar’)

  1. Hebt u kennis genomen van het artikel over het beroep op het verschoningsrecht door GGZ-instelling Parnassia te Den Haag? Zijn de feiten als omschreven in het artikel juist weergegeven? Is er inderdaad een onderzoek naar levensdelicten van de politie Haaglanden stopgezet wegens gebrek aan informatie van GGZ-instelling Parnassia?
  2. Bent u het met de VVD-fractie eens dat in deze zaak twee maatschappelijke problemen met elkaar botsen, te weten recht op privacy van patiënten en het recht, dat de samenleving en slachtoffers hebben, dat een moordzaak wordt opgelost?
  3. Acht u het wenselijk dat bij de afweging tussen het medisch beroepsgeheim en het belang van het oplossen van levensdelicten in de samenleving het onderhavige stopzetten van een moordonderzoek het logische gevolg is? Is het denkbaar dat de instelling, binnen de nu geldende regels, tot een andere afweging was gekomen? Zo ja, op welke wijze? Is het noodzakelijk aanpassingen aan te brengen in de wet?
  4. Bent u van mening dat de uitleg omtrent de omvang van het verschoningsrecht ex art. 218 Wetboek van Strafvordering in deze zaak te beperkt is geweest? Was het nodig en wenselijk dat Parnassia zich in deze zaak beriep op het verschoningsrecht?

Den Haag, 5 februari 2009.

 

Bij de foto: politieonderzoek op het terrein van Parnassia

Uw mening

 
Vrijdag 6 februari 2009

In bovenstaand bericht is niet vermeld dat de rechtbank het besluit van Parnassia om geen inzage in het dossier te verstrekken heeft goedgekeurd. Parnassia schijnt overigens wel mee te hebben gewerkt aan het politie onderzoek.
De heer Lakerveld stelt voor dat de burgemeester in feite de bevoegdheid krijgt om rechterlijke beslissingen te negeren. Deze mening is een aantasting van de rechtstaat en in strijd met de scheiding van machten. De eindbeslissing komt dan bij de uitvoerende macht te liggen, wonderlijk idee voor een fatsoenlijke rechtstaat.
Overigens kan geen enkele autoriteit de veiligheid van haar burgers garanderen, althans zo bleek al bij Kaïn en Abel.

Drs. W. Schuddeboom RA, AAG

Gepost op vrijdag 6 februari 2009
 
 

Abonneren op de nieuwsbrief

Meld u nu aan en ontvang wekelijks het laatste nieuws van de VVD Den Haag.