Vragen
Aan de voorzitter van de gemeenteraad
Den Haag, 29 december 2008
Op 26 december jl. berichtte RTL Nieuws over de resultaten van een TNS NIPO-onderzoek onder chauffeurs, bestuurders en controleurs in het openbaar vervoer. Eén op de vier ondervraagden geeft aan zich onveilig te voelen tijdens hun werk in de stad. In landelijk gebied is dit ‘slechts’ één op de vijf. Het voorkomen van agressie en bedreiging scoort ook slecht. Zes op de tien werknemers zijn ontevreden met de preventieve maatregelen van werkgevers om agressie en bedreigingen te voorkomen.
De VVD-fractie pleit al jaren voor meer veiligheid in het openbaar vervoer voor personeel èn reiziger en vindt dat de huidige maatregelen van de HTM op het gebied van sociale veiligheid onvoldoende zijn.
Op grond van het voorgaande en onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde heeft de VVD-fractie de volgende vragen:
- Wat vindt het college van de uitkomsten van het TNS NIPO-onderzoek?
- Deelt het college de mening van de VVD-fractie dat het bijzonder onwenselijk is dat één op de vier buschauffeurs, trambestuurders en controleurs zich onveilig voelt in de Haagse bus of tram? Zo nee, waarom niet?
- Welke rol ziet het college voor zichzelf weggelegd om het veiligheidsgevoel onder OV-personeel te verbeteren? In welke concrete voorstellen of maatregelen vertaalt zich dat? Bij afwezigheid van concrete maatregelen; waarom ontbreken die?
- Wanneer zal het college voorstellen aan het stadsgewest Haaglanden en HTM, Connexxion en Veolia voorleggen om de onveiligheidsgevoelens van personeel èn reiziger te verminderen?
- Is het college bereid haar steun aan het sociale veiligheidsbeleid van de HTM te herzien? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de aanleiding?
- Is het college bereid voorstellen van de VVD-fractie uit het verleden bij Haaglanden in te dienen, namelijk de invoering van het OV-verbod voor overlastgevers en geweldsplegers èn de conducteur op alle trams? Zo nee, waarom niet?
- Deelt het college de mening van de VVD-fractie dat de HTM, Connexxion en Veolia meer maatregelen kunnen nemen om agressie en bedreiging van personeel en reizigers te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen zal het college voorstellen?
- Ziet het college de conducteur op de tram als één van de wenselijke preventieve maatregelen? Zo nee, waarom niet?
- Enkele maanden geleden werd uit een ander onderzoek bekend dat één op de vijf inwoners van Den Haag het OV mijdt vanwege gevoelens van onveiligheid. Ziet het college net als de VVD-fractie, een verband tussen de onveiligheidsgevoelens onder het personeel van HTM, Connexxion en reizigers? Zo nee, waarom niet?
VVD-fractie,
Bart de Liefde
~~~~~~~~~~
Antwoorden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 17 febrauari 2009 als volgt beantwoord:
- Het gaat om een landelijk onderzoek van TNS NIPO onder bus- tram- en metrobestuurders en controleurs die lid zijn van de AbvaKabo FNV, CNV en FNV bondgenoten. De gegevens zijn anoniem en niet te herleiden naar specifieke regio’s of gemeenten. Hoewel er sprake is van een groot onderzoek (bijna 1500 respondenten) wordt ook in het onderzoek zelf aangegeven dat de respondenten geen statistisch neutrale groep zijn ten aanzien van dit onderwerp. Dit doet naar de mening van het college niets af aan het signaal dat veiligheid bij personeel in het openbaar vervoer landelijk een belangrijk onderwerp is en passende aandacht vraagt. Op basis van de publicatie zijn echter geen conclusies te trekken ten aanzien van de Haagse regio, noch over de omvang van de problemen, noch over de effectiviteit van de maatregelen.
- Het college is van mening dat deze conclusie niet op basis van het bedoelde onderzoek getrokken kan worden. Het onderzoek is niet specifiek gericht op Haagse bussen en trams. Afgezien daarvan acht het college het in algemeenheid onwenselijk dat werknemers in het openbaar vervoer zich onveilig voelen.
- De waarborging van veiligheid van OV personeel is primair een verantwoordelijkheid van de betreffende vervoersbedrijven. Het stadsgewest Haaglanden is opdrachtgever voor het Openbaar Vervoer in de regio. De gemeente Den Haag is daar ook in vertegenwoordigd en in die zin mede opdrachtgever voor de betreffende vervoersbedrijven.
Met betrekking tot concrete maatregelen in dit kader verwijzen wij bij dit antwoord naar de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen over veiligheid in het openbaar vervoer van raadslid de heer De Liefde, RIS 156780 (Veiligheidsbeleving in openbaar vervoer, september 2008) en RIS 152130 (conducteurs op de tram, maart 2008). In aanvulling op die antwoorden is in samenspraak met de HTM een aantal concrete acties ter beheersing van de veiligheidsproblematiek ondernomen. Zie bijlage 1.
- Wij hebben het afgelopen najaar opdracht gegeven voor een doelmatigheidsonderzoek naar de Sociale Veiligheid in het Openbaar Vervoer in Den Haag. Dit onderzoek zal het komend voorjaar worden afgerond en aan de gemeenteraad worden toegezonden. De inhoud van dit onderzoek zal de basis zijn voor het in de toekomst te voeren beleid.
- Zie het antwoord op vraag 4.
- In antwoord op deze vraag refereren wij aan ons antwoord op uw vragen SV 2008.063/RIS 153308 en SV 2008.134/RIS 156780. Het OV verbod is nog geen landelijk geaccepteerde maatregel. Met name de handhaving van een OV reis- en Verblijfsverbod roept nog veel vragen op. De HTM participeert in een werkgroep van het Landelijk Platform Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer die de haalbaarheid ervan onderzoekt. Met het oog hierop heeft in Rotterdam een pilot gelopen met het OV reis- en Verblijfsverbod op één van de openbaar vervoerlijnen. In een recente uitspraak in dit kader heeft de rechter een uitgevaardigd reisverbod afgewezen als onevenredig zwaar en onvoldoende onderbouwd.
De ministeries van Justitie en Verkeer en Waterstaat buigen zich momenteel over juridische knelpunten met betrekking tot de handhaving en strafmaat, op de wijze waarop landelijk draagvlak wordt verkregen en of een harde wettelijke basis kan worden gevonden voor een dergelijke maatregel. Wij lopen op de resultaten hiervan niet vooruit.
- Het college is van mening dat meer maatregelen altijd mogelijk zijn maar dat het bovengenoemde pakket aan maatregelen op dit moment passend en proportioneel is.
Voor het overige zij verwezen naar het antwoord op vraag 4.
- Zie het antwoord op vraag 4.
- Het college acht het aannemelijk dat er samenhang bestaat tussen onveiligheidsgevoelens van reizigers en die van het personeel. Om die reden hebben de maatregelen zoals onder vraag 3 genoemd betrekking op beide doelgroepen.
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen